Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.375
hem wilde bespotten en dreigde haar met zijn stok. De
geestelijke zuster liet zich hierdoor niet afschrikken. Zij bleef
Bertrand liefderijk behandelen en schonk hem weldra de
overtuiging, dat zij het goed met hem meende. Toen zij den
volgenden dag op het kasteel mede aan tafel zat, en er een
gebraden pauw werd binnengebracht, kwam Bertrand uitzijn
hoek, nam het gerecht uit de handen van den hofmeester
en bood het aan de geestelijke zuster aan met eene welge-
manierdheid, waartoe niemand der zijnen hem in staat had
geacht, terwijl hij haar tevens om verschooning verzocht voor
de ongepaste woorden, die hij haar den vorigen dag had toe-
gevoegd. Van nu af legde Bertrand eene geheel andere ge-
aardheid aan den dag. Hij werd volgzaam en welwillend, zelfs
jegens hen, die hem vroeger zoo hard hadden behandeld.
Zijne ouders verheugden zich uitermate met de gunstige
verandering, die bij hun oudsten zoon had plaats gegrepen,
en van nu af begon»zijn vader zich meer met hem bezig te
honden. Hij verhaalde hem de lotgevallen van groote veld-
heeren en merkte daarbij met vreugde op, hoe de knaap dan
als aan zijne lippen hing. Tevens leerde hij hem achtereen-
volgens boogschieten, de bijl, het zwaard en de lans hantee-
ren, paardrijden , worstelen, springen, en eindelijk voetvolk
en ruiterij in slagorde scharen. Hij was ongeveer veertien
jaar oud, toen hij het geleerde reeds in toepassing wilde
brengen. Hij wist ruim een tweehonderdtal jongens van de
onderhoorigen zijns vaders bijeen te krijgen, die hij in twee
afdeelingen splitste om elkander gevechten te leveren. Er had
geen strijd plaats, zonder dat eenige jongens bebloed of gewond
thuiskwamen, en dan klaagden hunne ouders erover bij Ber-
trand's vader. Dewijl Bertrand zelf niet zelden kneuzingen
opliep, begon zijn vader voor de mogelijke verkeerde gevolgen
van het spel te vreezen, en toen zijne moeder, die thans
hoopte, dat haar oudste zoon eens de roem van zijn geslacht
en de steun zijner broeders en zusters zou zijn, erop aan-
drong, dat toch de meest mogelijke zorg voor het welzijn