Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.874
Broon, nabij Eennes in Bretagne, uit een oud adellijk geslacht
geboren. Zoodra hij had leeren loopen, droeg hij altijd een
stok in de hand, waarmede hij iedereen sloeg. Men gaf hem
een leermeester, maar deze sp*ande te vergeefs al zijne krach-
ten in, om hem zelfs de letters te leeren of zijn woesten aard
eenigszins te verzachten. Hierdoor maakte hij zich zóó gehaat,
dat hij niet alleen door de dienstboden, maar zelfs door zijne
ouders met hardheid werd behandeld. Hij wreekte zich op
ieder met zijn stok, maar kreeg daardoor meer slaag terug,
dan hij kon geven. Zijne stugheid bedroefde zijne moeder
zoozeer, dat deze Bertrand niet langer voor haar eigen, maar
voor een door de min verwisseld kind begon te houden. Zij
liet hem niet langer aan dezelfde tafel met hare andere kin-
deren, maar in een hoek van de kamer eten. Eens, dat
zijn vader van huis was, en zijne moeder met hare andere
kinderen aan tafel zat, sprong hij woedend uit zijn hoek te
voorschijn en verklaarde, dat hij als oudste het recht had
op de beste plaats, en er zich met geweld van zou meester
maken, als ze hem niet terstond werd ingeruimd. Zijne broer-
tjes en zusjes, die hem zeer vreesden, voldeden terstond aan
zijn verlangen, en zoo kwam hij naast zijne moeder te zitten.
Deze had eerst om dezen uitval gelachen, maar toen Bertrand
op eene ongemanierde wijze de hand in alle schotels stak en
zich zeer lomp gedroeg, liet zij hem wegnemen met de be-
dreiging, dat zij hem voortaan in de keuken zou laten eten.
De jonge Bertrand werd hierover zoo woedend, dat hij naar
de tafel liep en haar omverwierp, zoodat al wat er opstond
over zijne van angst schreiende broertjes en zusjes viel.
Juist wilde zijne moeder hem eene geduchte kastijding
laten toedienen, toen eene harer vriendinnen binnenkwam. Dit
was eene tot het Christendom bekeerde Jodin, die geestelijke
zuster was geworden. Nadat zij een oogenblik met Mevrouw
Du Guesclin had gesproken, liep zij op Bertrand toe, die
in een hoek was gaan staan, en begon hem te liefkoozen.
Bertrand,*aan zulk eene taal niet gewoon, meende, dat zij