Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.373
een leger van edelen en burgers tegen hen uit, dan veree-
nigden zij zich, en leverden geregelde veldslagen. We-
reldlijke en geestelijke vorsten moesten met hunne aanvoer-
ders als met gelijken onderhanSelen. Om het gebied van
Avignon tegen hen te beveiligen, zag paus Innocentius VI
zich gedwongen hun eene groote som gelds en vergiffenis voor
al hunne zonden, zelfs voor moord en kerkroof, schenken.
Koning Jan werd door zijne onderdanen met blijdschap
ontvangen, daar zij in zijn terugkeer het bewijs zagen, dat
de oorlog, die zooveel ellende over hen had gebracht, voor
goed een einde had genomen. Het gelukte hem de konink-
lijke macht weder uit te breiden door zijn jongsten zoon,
Klips den Stouten, met het hertogdom Bourgondië, waar
het vorstengeslacht was uitgestorven, te beleenen, maar hij
slaagde er niet in, zijn losgeld bijeen te brengen, en daar
zijn ridderwoord hem boven alles dierbaar was, keerde hij
naar Londen terug, waar hij in 1364 overleed. Zijn zoon,
die als regent voor hem had bestuurd, beklom nu als Karei
V den troon, en verwierf zich door zijne slimheid bij vleiende
geschiedschrijvers den bijnaam van Den Wijzen.
Daar de ondervinding hem geleerd had, welk eene macht
de burgerijen konden ontwikkelen, wanneer zij eensgezind
waren en partij trokken van de verlegenheid, waarin de ko-
ning zich bevond, onderhandelde hij zooveel mogelijk afzon-
derlijk met de stenden der verschillende gewesten, en daar
hij had leeren inzien, dat de koninklijke macht afhing van
de welvaart des lands, deed hij al, wat in zijn vermogen was,
om handel en nijverheid op te beuren, onthield zich van
muntvervalsching, en zocht het evenwicht te bewaren tus-
schen zijne inkomsten en uitgaven.
Dewijl Karei V volstrekt geene krijgstalenten bezat, en hij
zich toch had voorgenomen de Engelsche bezittingen in Frank-
rijk te veroveren, stelde hij den krijgskundigen, ridderlijken
Bertrand Du Guesclin tot connétable aan.
Bertrand Du Guesclin werd op het kasteel De la Motte