Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.372
toen nu oot nog eene bende afgedankte huurlingen der En-
gelschen in de omstreken kwam stroopen, besloot Marcel
deze te verdrijven. Aan het hoofd eener afdeeling burgers
viel hij op de Engelschen aan, doch hij leed de nederlaag.
Deze tegenspoed deed zijn invloed, die reeds aan 't dalen
was, sterk afnemen. Om zijn gezag te herwinnen besloot
hij. Parijs in handen van Karei van Navarre over te leveren,
die met troepen nabij St. Denis was gelegerd. Hij kwam
met dezen overeen in den nacht van den Isten Augustus
1358 twee poorten der stad voor hem te openen, maar toen
hij des avonds bij eene dier poorten kwam, om er de wacht
door eenigen zijner getrouwen te vervangen, vond hij er een
groot aantal zijner tegenstanders met Jean Maillard aan 't
hoofd. Deze had gemerkt, dat er iets gaande was, en wist
het volk te doen gelooven, dat Marcel het voornemen had, de
stad aan de Engelschen over te leveren. Dit had tengevolge
dat Marcel door eenige aanwezigen aangegrepen, en ter dood
gebracht werd. De regent werd daarop uitgenoodigd te Pa-
rijs te komen. Hij voldeed aan het verzoek en liet, toen
hij weder meester van de stad was, een zeer groot aantal
burgers, die vroeger Marcel gesteund hadden, het leven
' benemen. Yele voorrechten, die Marcel voor de burgerij had
weten te verwerven, werden opgeheven, en van de beloften,
die de regent vroeger had gedaan, werd er geene enkele
vervuld.
Ondertusschen was de tweejarige wapenstilstand verstreken,
en trok Eduard III met een leger verwoestend door Frank-
rijk. Daar hij echter geldgebrek had, en het uitgeputte land
niet in staat was zijne troepen te onderhouden, sloot hij in
1360 te Bretigny den vrede, waarbij o. a. bepaald werd, dat
koning Jan zijne vrijheid tegen een ongehoord hoog losgeld
zou herkrijgen. De vrede schonk echter aan het uitgeputte
Frankrijk geene rust. Ongeveer 15,000 Engelsche en Fransche
huurlingen, die uit den dienst ontslagen waren, zwierven,
in afdeelingen gesplitst, plunderend door het land. Trok