Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.370
Daar de klove tusschen den adel en den derden stand met
den dag grooter werd, meende Marcel door eene daad van
geweld den regent schrik te moeten aanjagen. Op zekeren
morgen begaf hij zich met een aantal gewapende burgers naar
het koninklijk paleis en drong er binnen tot in de vertrekken
van den regent. Ontsteld vraagde deze hem, wat er gaande
was, waarop Marcel antwoordde, dat hij kwam om zaken af
te doen, maar dat de regent niets behoefde te vreezen. Daarop
gaf Marcel bevel, de beide maarschalken te grijpen, die onmid-
dellijk voor de oogen van den regent werden afgemaakt. Door
zijne overige hofbeambten, die ijlings de vlucht namen, ver-
laten, en sidderend van angst, riep Karei de hulp in van
Marcel, die hem geruststelde met de verzekering, dat zijn
leven geen gevaar liep. Marcel nam daarop zijne eigene blauw-
roode muts van het hoofd en zette die deu regent op, ten
teeken dat deze tot de volkspartij behoorde. De handeling
van Marcel werd door de meerderheid van de Parijsche be-
volking goedgekeurd, en sedert bleef Karei geheel onder den
invloed van den ge vreesden prévôt des marchands, die hem
een stuk blauw en een stuk rood laken zond, om er zijnen
dienaren mutsen van te laten maken, daar dezen zonder dit
teeken niet veilig zouden zijn voor de volkswoede.
Eindelijk wist de regent het juk, hem door Marcel opge-
legd, af te werpen, door op eene listige wijze Parijs te ver-
laten. Zijne aanhangers sloten zich terstond bij hem aan, en
een groot deel van den adel beloofde bijstand om Marcel te
straffen en de burgerij van Parijs tot onderwerping te bren-
gen. Terwijl aldus de burgeroorlog weder uitbrak, trof
Frankrijk nog een andere zware ramp.
De onvrije boeren, die in de slagen bij Crécy en Mauper-
tuis meer heldenmoed aan den dag hadden gelegd dan het
meerendeel hunner heeren, waren dezen gaan minachten en
gevoelden meer en meer den druk van de willekeur, met
welke zij behandeld werden: want behalve de toenemende
heerendiensten, die zij te verrichten hadden, werden zij ver-