Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.368
Het hoofd van het stedelijk bestuur, dat in de meeste
steden den titel van maire droeg, heette in Parijs prévôt des
marchands. Eeeds sedert geruimen tijd werd deze overheids-
persoon door de Parijsche burgerij gekozen, en was het zijne
roeping hare privilegiën te verdedigen en voor hare belangen
te waken. Hierdoor had de prévôt des marchands dikwijls
een moeilijken strijd te voeren tegen den prévôt royal, die
de rechten des konings moest handhaven.
Zoodra het nieuwe geld, dat de regent had laten slaan,
in omloop kwam, begaf zich de invloedrijke prévôt des mar-
chands, Etienne Marcel, een rechtsgeleerde, met eenige bur-
gers naar den prévôt royal, om erop aan te dringen, dat de
te lichte munt terstond buiten omloop zou worden gebracht.
Hij ontving ten antwoord, dat aan zijn verzoek geen gevolg
kon worden gegeven. Den volgenden dag kwam hij met eene
groote volksmenigte terug, en nam hij zulk eene dreigende
houding aan, dat zijn eisch voorloopig werd ingewilligd, tot-
dat de regent zijn welbehagen nader zou hebben doen kennen.
Toen Karei kort daarna te Parijs kwam, gaf hij bevel met
het in omloop brengen der nieuwe munt voort te gaan.
Marcel liet hem daarop weten, dat, als het gebeurde, alle
handwerkslieden den arbeid zouden staken en naar de wape-
nen grijpen. Hierdoor verschrikt trok Karei zijn bevel in,
en beloofde hij aan den algemeenen- wensch, om weder eene
vergadering der noordfransche stenden bijeen te roepen, ge-
hoor te zullen geven. Spoedig daarna had de vergadering
plaats, en wist Marcel het zoover te brengen, dat de regent
een aantal koninklijke ambtenaren, die aan de stenden mis-
haagden, ontsloeg en de belofte aflegde, de door de vergade-
ring uitgedrukte wenschen te zullen bevredigen. Karei betoonde
zich zoo inschikkelijk, omdat zijne besluiten krachteloos kon-
den gemaakt worden door den gevangen koning. Maar toen
deze spoedig daarop bekend maakte, dat hij geen genoegen
nam met de overeenkomst, die de regent met de'stenden had
aangegaan, dwongen de Parijsche burgers, onder aanvoering