Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.366
smeekte, de rechten der gastvrijheid niet te schenden, liet
Jan den koning van Navarre met een paar andere edelen,
die hij van verraad beschuldigde, te Parijs gevangenzetten,
terwijl hij drie andere gasten, als medeplichtigen aan den
moord van De la Cerda, ofschoon hij hun vroeger vergiffenis
had geschonken, op staanden voet liet onthoofden.
Nu sloten verscheidene aanhangers van den koning van
Navarre zich bij den Zwarten Prins aan, die verwoestend
noordwaarts trok, totdat hij in de vlakte van Maupertuis,
nabij Poitiers, door Jan den Goeden in zijn tocht werd
gestuit (1356).
De legers stonden tegenover elkander, toen twee gezanten van
paus Innocentius VI, die reeds herhaaldelijk getracht had een
einde te maken aan het onderling bloedvergieten der Christenen,
voor de vorsten verschenen, met het doel om eene verzoening
tot stand te brengen. Daar het Fransche leger vijfmaal zoo
sterk was als het Engelsche, verklaarde de Zwarte Prins zich
terstond bereid, de door hem veroverde steden en kasteelen
terug te geven, de gevangenen vrij te laten en in geen zeven
jaren de wapenen tegen Frankrijk te voeren. Koning Jan,
vertrouwende op zijne overmacht, was met dit aanbod niet
tevreden en eischte, dat de Zwarte Prins zich met honderd
edelen gevangen zou geven. Op dezen eisch stuitten de onder-
handelingen af, en de strijd nam een aanvang. De Zwarte
Prins had, zoodra hij de nabijheid van zijn overmachtigen
vijand had bemerkt, zijne legerplaats verschanst en wachtte
nu achter zijne versterkingen den aanval af. Met uitstekend
beleid bestuurde hij den strijd, terwijl de Franschen, ofschoon
hun koning als een dapper ridder streed, slecht werden aan-
gevoerd. De aanvallen, die de drie afdeelingen, in welke het
Fransche leger was opgesteld, achtereenvolgens deden, wer-
den zoo krachtig afgeslagen, dat de Engelschen tegen den
middag zeiven als aanvallers konden optreden. Weldra sloe-
gen de Franschen op de vlucht. Zij waren zoozeer door den
angst bevangen, dat velen hunner de wapenen wegwierpen