Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.365
OndertusscheD hervatte de Zwarte Prins den oorlog, door
uit het aan Engeland behoorende Gascogne een inval in
Languedoc te doen. Om de kosten van den oorlog en van
zijne schitterende hofhouding té dekken, liet Jan munt van
te gering gehalte slaan, en maakte hij schulden, maar toch
had hij zulk een geldgebrek, dat hij zich in 1355 genood-
zaakt zag, de Algemeene Staten bijeen te roepen. De afge-
vaardigden van den derden stand verklaarden zich bereid,
niet alleen van het zout, maar van alle koopwaren belasting
te betalen, op voorwaarde, dat de adel en de geestelijkheid
aan dezelfde belasting onderworpen zouden zijn; dat de op-
brengst dier belastingen uitsluitend zou dienen om de oor-
logskosten te dekken; dat niemand gedwongen zou worden
den koning of een der leden van het koninklijk geslacht
geld te leenen; dat.de koning niet langer de munt te zijnen
voordeele zou vervalschen, en dat in het volgende jaar aan
eene nieuwe vergadering der Algemeene Staten door den
koning rekening en verantwoording van de oorlogsbelasting
zou worden gedaan. De koning, de adel en de geestelijk-
heid verklaarden met deze voorwaarden genoegen te nemen,
omdat zij voor het oogenblik door den nood werden gedwon-
gen, maar toen het op de uitvoering aankwam, weigerden
vele edelen de op zich genomen verplichting na te komen.
Toen in het volgende jaar de stenden weder bijeenkwamen
en den koning toestonden voor den oorlog eene inkomsten-
belasting te heffen, omdat het innen van de belasting op
de koopwaren aan zooveel bezwaren onderhevig was, had Jan
zich aan eene nieuwe schanddaad schuldig gemaakt. Kort te
voren had zijn oudste zoon. Karei, die door hem met Nor-
mandië was beleend. Karei van Navarre en eene menigte
andere edelen op een gastmaal in het kasteel te Rouaan ge-
noodigd. Terwijl men zich aan de feestvreugde overgaf, trad
onverwachts de koning aan het hoofd van eene bende gewa-
penden de zaal binnen, en liet hij Karei den Boozen en
diens vrienden gevangen nemen. Ofschoon zijn zoon hem