Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.364
voerder der ruiterij was. De twee maarschalken, die door
Lodewijk XI den Heih'gen en diens opvolgers benoemd wer-
den, stonden lager in rang dan de connétable. Deze ontving
als teeken zijner waardigheid uit de handen des konings een
ontbloot zwaard, dat hij bij plechtige gelegenheden voor den
koning uit droeg. Hij maakte met de maarschalken deel uit
van het hoogste militaire gerechtshof, dat genoemd werd naar
de marmeren tafel, om welke de leden bij hunne vergaderin-
gen plaats namen.
Toen Jan de Goede aan de regeering kwam, was de con-
nétable Raoul De Brienne in Engeland als gevangene van
Eduard III. Hij wist de genegenheid van dezen vorst te
verwerven, die hem, tegen belofte van een losgeld te zullen
betalen, de vrijheid schonk. Jan liet Eaoul, zoodra deze aan
't Eransche hof kwam, als verdacht van verraad gevangen
nemen en zonder verder onderzoek onmiddellijk ter dood
brengen, waarop hij zijn gunsteling. De la Cerda, een ach-
terkleinzoon van Alphonsus X van Castilië, tot connétable
verhief. Dewijl hij door deze willekeurige handelwijze ver-
scheidene zijner machtigste leenmannen had verbitterd, be-
sloot de koning hunne macht te breken door zijne dochter
Johanna aan een hunner, Karei, koning van Navarre en
bijgenaamd den Boozen, tot vrouw te geven. Met dit huwe-
lijk bereikte Jan echter zijn doel niet. De arglistige Karei
maakte aanspraak op het graafschap Angoulème, waarmede
de koning De Ia Cerda had beleend, en liet dezen door
eenige hem genegen edelen in Normandië vermoorden. In
de eerste opwelling van toorn maakte Jan zich meester van
de goederen der adellijke moordenaars, en deed hij een inval
in Navarre. Dewijl Karei de Booze zich echter geducht te
weer stelde en onderhandelingen aanknoopte met Eduard III,
die zich gereed maakte bij het eindigen van den gesloten
wapenstilstand den oorlog met Jan te hervatten, verzoende
deze zich met de medeplichtigen aan den moord van De
la Cerda, door hun kwijtschelding van alle straf te schenken.