Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.30
Tegen het midden der achtste eeuw ontstonden er twisten
over den troon. Hiervan besloten de Abbassieden, afstamme-
lingen van een oom van Mohammed, gebruik te maken om
een afstammeling van den profeet tot chalief te verheffen. De
aangewezen persoon was Aboel Abbas, wiens zoon Abdallah
een leger tegen den chalief Merwan II te velde bracht. Bij
den grooten Zab (eene zijrivier van den Tigris) kwam het tot
een slag. Merwan II had driemaal zooveel strijders onder
zijn bevel als Abdallah. Te midden van den strijd stapte
Merwan II een oogenblik van zijn paard, en eer hij weer
op kon stijgen, rukte het dier zich los en rende door de
gelederen. De troepen van Merwan II trokken hieruit het
besluit, dat hun aanvoerder gesneuveld was en sloegen op
de vlucht. Toen Merwan II kort daarna werd vermoord,
nam Abdallah den schijn aan, alsof hij zich met de Omaiaden
wilde verzoenen. Hij wist hen zoo te misleiden, dat zij ten
getale van bgna honderd zijne uitnoodiging aannamen om
een groot feest, dat hij te Damaskus zou vieren, bij te wonen.
Maar nauwelijks waren zij in de feestzaal gezeten, of hij liet
hen allen vermoorden. Zijn vader, Aboel Abbas, werd nu
chalief. De vervolging tegen de Omaiaden werd voortgezet;
zelfs zuigelingen werden omgebracht. Slechts één, Abd
Errahman, ontsnapte en werd eerlang door ontevredenen, die
de Abbassieden als indringers beschouwden, naar Spanje
geroepen, waar hij het Mohammedaansche rijk van Cordöva
stichtte en daardoor den uitgestrekten staat der Arabieren
in twee deelen scheurde.
Aboel Abbas (750—754) stelde een vizier aan, een amb-
tenaar, die alleen aan hem verantwoording verschuldigd was
en zich geheel met de regeeringszaken belastte. De volgende
chaliefen hielden de betrekking van vizier in stand. Dsjiafar
al Manzoer, de broeder en opvolger van Aboel Abbas,
stichtte zich te Bagdad aan den Tigris eene prachtige resi-
dentie. Daar regeerde van 786—809 de beroemdste der
Abbassieden, Haroen, bijgenaamd Arraschid (de Eechtvaar-