Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.360
er slechts 20, terwijl het aantal dooden en gewonden op
30,000 werd geschat.
De krijg, die nu te land, vooreerst zonder beslissend ge-
volg, werd voortgezet, belemmerde in hooge mate de welvaart
van den derden stand en van de boeren, die niet alleen de
zware oorlogskosten moesten opbrengen, maar daarenboven
voorzien in de weelderige hofhouding des Konings. Filips
VI, die er zijn grootste behagen in schepte, zich te bewegen
te midden van een grooten stoet ondergeschikte edelen, en
stedelingen en boeren slechts beschouwde als werktuigen,
die hem in staat moesten stellen om zich aan zijne vermaken
over te geven, ging te midden van den schatten verslinden-
den oorlog voort, prachtige feesten en tournooien te geven.
Hij verhoogde en vermeerderde daarom de belastingen o. a.
met die op het zout, welke zeer drukkend werd, en toen
hierdoor nog niet voldoende in zijn geldgebrek werd voorzien,
nam hij zijne toevlucht tot muntvervalsching.
Terwijl Filips VI voortdurend met geldgebrek te worstelen,
en Eduard III oorlog met de Schotten te voeren had, sloten de
beide vorsten in 1343 een wapenstilstand, die echter twee jaren
later door de willekeurige handelingen van den Franschen koning
werd verbroken. In het voorjaar van 1346 viel Eduard III
met een leger in Normandië, dat vreeselijk verwoest werd,
en daarna trok hij moordend en brandend langs den rech-
teroever der Seine tot in de nabijheid van Parijs.
Ondertusschen had Filips VI een geducht leger op de
been gebracht, en toen hij daarmede tegen Eduard III op-
trok, zag deze zich genoodzaakt te wijken om zich, alvorens
een slag te leveren, met de Vlamingen, die hem te hulp
snelden, te vereenigen. De Fransche koning vervolgde hem met
zooveel spoed, dat Eduard III bij Crécy moest standhouden. Van
de wagens, die hij in groote menigte met zich voerde, bouwde
hij een wagenburg, in welken hij kleine openingen liet om er
èofwtardew of donderbussen tusschen te plaatsen. Die bombar-
den waren ijzeren buizen uit welke door middel van buskruid