Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.29
gevangen nam. De overwinnaar behandelde de weduwe van
den profeet met de meeste achting. Hij zond haar naar
Medina, waar hij haar rustig liet leven. Nu trok Ali op
tegen Moawïa, bij wien zich de geduchte veldheer Amroe
had aangesloten. Veertig dagen lang leverden de beide tegen-
standers elkander onophoudelijk gevechten, in welke Ali met
eigen hand tweehonderd vijanden velde, maar tot geene be-
slissende uitkomst geraakte. Om aan het bloedvergieten een
einde te maken, daagde Ali Moawïa tot een tweegevecht op leven
en dood uit. Moawïa nam de uitdaging niet aan, maar stelde
voor, hunne zaak door scheidsrechters te laten beslissen. Men
begon te onderhandelen, doch kon het niet eens worden. De
verwarring in het uitgestrekte rijk nam hand over hand toe.
Nu kwamen eenige godsdienstige dwepers te Mekka bijeen,
om te overleggen, door welk middel de orde in den staat en
den godsdienst kon worden hersteld. Zij meenden, dat hun
doel bereikt kon worden door Ali, Moawïa en Amroe te
vermoorden. Terstond togen drie hunner op weg: ieder naar
een der slachtoffers. Amroe bleef gespaard, omdat de moor-
denaar bij vergissing in plaats van hem zijn onderbevelhebber
doodde. Moawia werd gewond, doch herstelde; slechts Ali
werd in de moskee te Koefa (aan den Euphraat ten Z. van
Babyion) gedood.
Moav?ïa werd nu chalief en deze waardigheid bleef gerui-
men tijd erfelijk in zijn geslacht, dat der Omaiaden. Moawïa
vestigde zijn zetel te Damaskus. Hij en zijne opvolgers stel-
den meer prijs op de genoegens der wereld, dan op geloofs-
ijver. Hunne hofhouding was allerprachtigst ingericht, en zij
verhoogden den luister van hun geslacht door hunne heer-
schappij tot in Spanje uit te breiden. Zij steunden op hunne
krijgslieden, wier trouw zij door steeds verhoogde soldij moes-
ten winnen. Daarentegen moesten zij de door Omar vastge-
stelde uitkeering aan de geloovigen steeds verminderen en
eindelijk afschaffen, omdat velen tot den Islam overgingen
om van de drukkende belastingen ontslagen te worden.