Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.353
zou zijn. De afgevaardigden van iederen stand beraadslaagden
daarop onderling, met het gevolg, dat de edelen en de afge-
vaardigden der steden terstond een ontkennend antwoord op
de vraag gaven. De geestelijkheid maakte eerst bezwaar en
verlangde uitstel alvorens een bepaald antwoord te geven,
maar toen zij vernam, dat ieder, die zich aan de zijde des
pausen schaarde, voor een vijand des konings zou worden
gehouden, verklaarde zij den vorst te zullen steunen in het
handhaven van de rechten des rijks. Een der brieven, die de
koning aan den paus zond, begon met de woorden: //Filips,
door de genade Gods koning der Franschen, aan Bonifacius,
den gewaanden paus, weinig of geen heil! Uwe Groote
Kwasterigheid wete, dat wij voor het wereldlijke aan niemand
onderworpen zijn, enz."
Bonifacius VIII vaardigde nu de bekende bul Unam Sanc-
turn uit, aldus genoemd naar de woorden, waarmede zij be-
gint , en verklaarde daarin, dat de geheele wereld aan den
paus, als den plaatsbekleeder van Christus, ondergeschikt is.
Ook beval hij den Franschen geestelijken in verzet te komen.
Filips IV de Schoone daarentegen liet op eene vergadering
van edelen en hooge geestelijken te Parijs eene aanklacht
tegen den paus indienen door den bekwamen rechtsgeleerde
Pierre De Nogaret, dien hij daarop naar Italië zond om er
door omkooping eene partij voor hem te vormen. Toen hij
geslaagd was, trok hij, vergezeld van 's pausen ouden vijand,
Sciarra Colonna, aan het hoofd van een klein leger Agnani,
waar de paus zich ophield, binnen onder het geroep: „Leve
Filips IV! Weg met Bonifacius VIII!" Terwijl alles voor
de indringers vluchtte, trad Bonifacius zijne vijanden met
waardigheid te gemoet. Guillaume De Nogaret voegde hem
beleedigende woorden toe en dreigde, dat hij hem geboeid
naar Parijs zou voeren, maar de kalmte en onversaagdheid,
waarmede Bonifacius zijne vijanden te woord stond, maakten
zulk een indruk, dat niemand het waagde hem aan te grij-
pen. Hij keerde naar zijne woning terug, en de inwoners
II. 23