Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.352
door de Kerels, de afstammelingen van een vrijheidslievenden
Saksischen volksstam, die zich in overoude tijden langs de
Vlaamsche kusten naast de Menapiërs bad gevestigd. De
afstammelingen der Kerels hadden tot in latere tijden een
afkeer van het leenstelsel en zochten zoolang mogelijk de
aan de Germanen eigene zucht naar persoonlijke onafhanke-
lijkheid te handhaven.
Om de kosten van zijne oorlogen te dekken, had Eilips
IV aan alle kerken en kloosters eene belasting opgelegd.
Onmiddellijk daarop vaardigde paus Bonifacius YIII eene bul
uit, waarbij hij aan de geestelijken verbood, van kerkelijke goe-
deren belasting aan de wereldlijke overheid te betalen zonder
uitdrukkelijke vergunning van het hoofd der kerk. Filips
de Schoone antwoordde hierop, dat dewijl de kerkelijke goe-
deren de geestelijken in staat stelden een losbandig leven te
leiden, er even goed iets ten bate van den staat van kon
worden afgezonderd, als van de goederen der leeken, en
daarop vaardigde hij eene wet uit, waarbij werd verboden,
edel metaal, wapenen en paarden uit Frankrijk uit te voeren.
Dewijl de pauselijke inkomsten hierdoor een geduchten slag
ontvingen, en het machtige Romeinsche geslacht der Colonna's
tegen het pauselijk bestuur in verzet kwam, deed Bonifacius
VIII pogingen tot verzoening, en verklaarde hij 's konings
grootvader Lodewijk IX heilig. Daarop trok Filips IV het
verbod van uitvoer in, dat den handel zijner onderdanen zeer
belemmerde. De heerschzucht van paus en koning blies echter
spoedig den twist opnieuw aan. Filips IV liet een brief
van Bonifacius VIII, waarin deze den koning van aanmati-
ging in het kerkelijke en wereldlijke beschuldigde, te Parijs
openlijk verbranden en riep daarop eene vergadering der drie
standen, sedert de Algemeene Staten génoemd, bijeen, om
bij zijn volk steun te zoeken tegen den machtigen paus. Hij
liet door zijn kanselier, den bekwamen rechtsgeleerde Pierre
Flote, aan de vergadering de vraag voorleggen, of de standen
verlangden, dat de koning de ondergeschikte van den paus