Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.346
In Italië oefenden de kloosters minder invloed uit, omdat
in dit land de steden den boventoon voerden, maar hoezeer
zij in noordelijker landen op de maatschappij inwerkten kan
blijken uit de Middeleeuwsche spreuk : ,/Wat de Noormannen
als heidenen aan de kerk ontnamen, gaven zij haar als Chris-
tenen tienvoudig terug."
Bij het kiezen van eene plaats, waar een klooster gebouwd
zou worden, kwamen somtijds alleen in aanmerking gezonde
lucht, water, boomen, weide- en bouwgrond, en nu cn dan
ook wel steengroeven. Veelal echter koos men eene plaats, waar
een wonder was geschied, of waar het gebeente van een hei-
lige rustte. In een nieuw klooster werden gewoonlijk twaalf
monniken en vijf leekebroeders onder een abt geplaatst. Meestal
woonden zij aanvankelijk in houten gebouwen. Door ge-
schenken in land en geld van vorsten en vorstinnen nam de
rijkdom van 't klooster langzamerhand toe, en kon dit
dan een lijk uit de catacomben (oudste christenbegraaf-
plaats) van Rome machtig worden, zoo was het van een ruim
inkomen verzekerd. Algemeen toch werd geloofd, dat die
lijken heilig waren en wonderen verrichtten, en kloosters,
van welke men geloofde, dat er wonderen plaats hadden ,
werden jaarlijks op bepaalde tijden door groote scharen pelgrims
bezocht. Die pelgrims werden dan in tenten of hutten ge-
huisvest en brachten allen geschenken voor de monniken
mede: vee, vlas, graan, zilver enz.
Was het klooster in bevolking en bezittingen voldoende
toegenomen, dan besloot men, het te vergrooten en van steen
te herbouwen. Het ontwerpen en uitvoeren van het bouw-
plan geschiedde niet door monniken, maar door bouwmeesters.
Leeken werkten er ,/om Gods wil" aan. De grondsteen werd
door den abt gelegd, hoeksteenen door rijke personen, welke
voor die eer geld en landerijen aan het klooster vermaakten.
Alles,. wat voor het leven noodig was, vond men in het
klooster bijeen, zoodat dit er bijna als eene stad uitzag. In
het algemeen was een klooster op de volgende wijze inge-