Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.345
gehuldigde. Paus Gregorius liet daarop het kruis tegen hen
prediken en keizer Frederik II sprak den rijksban over hen
uit. Onder aanvoering van den graaf van Oldenburg trok
daarop een kruisleger tegen hen op, maar zij versloegen het,
en de graaf van Oldenburg verloor met 200 ridders het leven.
In het volgende jaar, 1234, trok een nieuw leger tegen hen
op. De Stadingers waagden het, den viermaal sterkeren vijand
in 't open veld aan te vallen, maar zij leden, ondanks hun
heldenmoed, de nederlaag. Zes duizend hunner bedekten het
slagveld en de overigen zochten eene schuilplaats bij hunne
vrije buren, de Eustringers.
Langzamerhand wisten de edelen al hunne boeren tot hoori-
gen of lijfeigenen te maken, want als een cijnsplichtige boer
zijne verplichtingen niet nakwam, werd hem tot straf de vrij-
heid ontnomen. Daar de lijfeigenen met leven, eer en have
hun heer toebehoorden, hadden zij bitter te lijden van de
veeten, die de edelen onderling hadden. Men wist, dat men
zijn vijand schade toebracht, wanneer men diens lijfeigenen
doodde. Slechts met moeite konden de onderhoorige boeren
in hun levensonderhoud voorzien, wegens de groote menigte
heerendiensten, die zij te verrichten hadden, en daarbij moesten
zij dan nog tienden opbrengen van granen, groot en klein
vee, zelfs van eieren. Mislukte de oogst, dan stierven zij
bij menigte van den honger. En alsof dit nog niet genoeg
was, moesten de onvrije boeren de toestemming hebben van
hun heer om te mogen huwen, en hem voor zijne bewilliging
een trouwgeld betalen. Stierf de boer, dan verviel het beste
van zijne nalatenschap aan zijn heer.
Het Kloosterwezen.
Het kloosterwezen is een zoo gewichtig bestanddeel van de
Middeleeuwsche maatschappij, dat men het moet leeren ken-
nen om haar te kunnen begrijpen.