Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.28
opvolger wilde benoemen, maar de keuze overliet aan zes
personen, die Mohammed trouw hadden gediend.
Het scheen aanvankelijk, dat Ali zou worden gekozen,
doch hij verzette zich tegen het verlangen der oudsten, dat
den chalief twee mannen ter zijde zouden worden gesteld, aan
wie het uitleggen van den koran zou zijn opgedragen. Hij
verklaarde geen ander gezag dan den koran te erkennen en
de voorschriften van Aboe Bekr en Omar niet te zullen opvol-
gen, dan voor zoover hij ze goedkeurde. Daarop werd Oth-
man, een der geheimschrijvers van Mohammed, tot chalief
gekozen. Wel bleven de wapenen der Arabieren zegevierend:
de veldheer Abdallah veroverde een gedeelte van Barbarijë,
en Moawïa maakte het eiland Cyprus schatplichtig; maar
Othman regeerde zoo onrechtvaardig, dat er een opstand tegen
hem uitbrak en de ontevredenen hem te Medina met een steen-
worp het leven benamen. Nu werd Ali tot chalief gekozen,
maar terstond vormde zich eene krachtige partij tegen hem
onder Moawïa en Ajisja, Ali^s gezworen vijandin. Hierdoor ont-
stond een burgeroorlog en tevens eene scheiding der geloovi-
gen. Ali en zijne aanhangers erkenden alleen de bloedverwan-
ten van Mohammed als de ware chaliefen en hielden zich
alleen aan den koran. Zij werden daarom Schiïeten (scheur-
makers) genoemd door hunne tegenstanders, die de rechtma-
tigheid der vorige chaliefen erkenden en bovendien gezag toe-
kenden aan de sonna (overlevering), om welke reden zij
Sonnieten heeten.
Ali trok met een leger naar Bassöra om zijnen tegenstan-
ders, ofschoon dezen meer troepen hadden, slag te leveren.
Toen de strijd een aanvang had genomen, reed Ajisja in haar
op een kameel bevestigden draagstoel door de gelederen om
de haren aan te moedigen. Zij waagde zich te midden van
het grootste gevaar, ofschoon reeds eene menigte vijandelijke
werpspietsen en pijlen, in haar draagstoel waren gedrongen.
Haar moed vermocht echter niets tegen de bedaarde leiding
van Ali, die na een hardnekkigen strijd zegevierde en Ajisja