Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.342
en in de hand droeg hij de zotskolf, een fraai bewerkten staf
met een zotskop en zweepjes aan een der uiteinden. Gedu-
rende den maalijd stond de nar achter zijn heer. Onbeschroomd
mengde hij zich in ieder gesprek om eene geestigheid te kunnen
opdisschen, of iemand eene minder aangename waarheid te zeg-
gen, die het gezelschap aan 't lachen bracht. Gelukte hem dit,
dan was niet zelden een beker wijn zijn loon; mishaagde echter
zijn kwinkslag, dan kon hij vaak op een dracht slagen rekenen.
Zoo rijk aan afwisseling en uitspanning het leven der edelen
gedurende den zomer was, zoo eentoonig was het in den
winter. Menig kasteel, dat op den top eener rots lag, was
dan geruimen tijd ongenaakbaar door sneeuw en vorst. De
edelvrouwen, die beter onderwezen waren dan de edelen, brach-
ten er dan veel toe bij om de verveling van den langen avond
te verdrijven. Bij het heldere, knetterende houtvuur onder
de schouw droegen zij een lied of een verhaal voor, of lazen
luide een van de weinige werkjes, die in haar bezit waren.
Somtijds ook vermaakte men zich met het schaken of eenig
ander spel. Enkele malen werd de eentonigheid van den
winteravond afgebroken door de komst van een reizend zanger,
die dan eenige dagen te gast werd gehouden en bij zijn ver-
trek een geschenk ontving.
In de kleeding begon groote weelde te heerschen. Men
droeg niet alleen linnen en wollen, maar ook zijden stoffen,
met goud- en zilverdraad doorweven, en kostbaar bont. Ge-
lijk de ridders hunne wapenen met edele metalen en steenen
versierden, tooiden de edelvrouwen zich met gouden en diaman-
ten halssnoeren, armbanden enz. Beide geslachten hielden
van hooggekleurde gewaden. De ridders lieten hunne klee-
dingstukken van verschillend gekleurde stof vervaardigen b.v.
een bruinen lijfrok, waarvan de eene mouw groen en de andere
blauw was, of eene nauwsluitende broek, waarvan de eene
pijp rood en de andere geel was. Dikwijls hadden deze
kleuren eene beteekenis. Rozerood duidde ontluikende liefde
aan; wit, hoop; hoog rood, vurige liefde of dorst naar roem;