Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.338
aantal, dat zij gedeeltelijk in fraaie, met vlaggen versierde
tenten gehuisvest moesten worden. Het strijdperk was schit-
terend versierd en omgeven door met prachtige tapijten be-
hangen tribunes, waar de jonkvrouwen en de andere toeschou-
wers plaats namen. Niemand mocht aan de wapenoefeningen
deelnemen, die niet aan de tournooirechters het bewijs kon
geven, dat hij een ridder zonder smet of blaam was.
Nadat men de mis had bijgewoond, begaf zich de schit-
terende stoet in optocht naar het tournooiveld. Streden er
slechts twee ridders te gelijk, hetgeen men tjost of in 't Fransch
joute noemde, dan reden zij met gevelde lans op elkander in.
Bij goed geoefende ridders kwam het dan meestal voor, dat
de lansen braken. Schoone stooten waren die, welke op den
helm, de borst of het schild der tegenpartij gericht waren.
Eene schande was het, zijne tegenpartij ergens anders te
raken, of geheel mis te stooten. Viel een der strijders door
den stoot ter aarde, dan heette hij uit den zadel gelicht. Over-
winnaar was hij, die op denzelfden dag het grootst aantal
malen eene lans had gebroken, zonder eens zijn stoot te heb-
ben gemist of uit den zadel te zijn gelicht. Dikwijls begon
een tournooi met de hoehoert, waarbij de ridders zich in
twee groepen verdeelden, die tegelijk op elkander inrenden.
Als het tournooi was afgeloopen, ontving de overwinnaar,
meestal uit de hand eener schoone jonkvrouw, den tournooi-
prijs of dank.
De vereering der vrouw bracht mede, dat ieder ridder
streed ter eere van eene gehuwde of ongehuwde vrouw, wier
goedkeurende blik hem de hoogste voldoening schonk. Op
de tournooien prijkte ieder kampvechter met het liefdeteeken,
een lintje, strikje, sluier of armband zijner dame, en ging
dit in de hitte vau den strijd verloren, dan schonk zij hem,
als zij tegenwoordig was, terstond een ander. Men verhaalt,
dat op een tournooi in Frankrijk de dames zich voor hare
ridders zoozeer vau sieraden hadden ontbloot, dat zij bloots-
hoofds en met hangende haren op de tribunes zaten. Bijna