Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
gebruik maken om meer bedreven in het strijden te worden.
Waken voor het algemeen belang.
//Vlekkeloos voor God en menschen leven."
Toen Willem II gezworen had , zich aan deze regelen te
zullen houden, sprak de kardinaal: ,/Ter eere van God, den
Almachtige, maak ik u tot ridder!" en daarbij gaf hij hem
een slag in den hals, den ridderslag. Terstond na het ein-
digen van deze plechtigheid legde Willem het bewijs af van
zijne bedrevenheid in het paardrijden en het vechten met de
lans en met het zwaard.
Bewijzen van moed , kracht en behendigheid in het voeren
der wapenen konden de ridders geven op de tournooien, die
hunne gewone zomeruitspanningen waren en het middelpunt
vormden van groote feesten. Op de tournooien gebruikte
men lansen met stompe punten, en de tournooirechters moes-
ten scherp toezien, dat ieder zich aan de voorschriften hield.
Nochtans verloor menigeen op een tournooi het leven, door
een val van 't paard, of dewijl hem het scherpe hout eener
gebroken lans in 't hoofd drong, of ook wel omdat het spie-
gelgevecht uit persoonlijken haat in een strijd op leven en
dood ontaardde. In 1175 werden op de tournooien in Saksen
zestien ridders gedood, terwijl op een tournooi te Neuss twee
en veertig ridders en evenveel schildknapen de slachtoffers
werden van persoonlijke wraakneming. De tournooien bleven
in eere, ofschoon ze door verschillende pausen in de twaalfde
en in de dertiende eeuw werden verboden. Er werd weinig
acht op geslagen, dat de banvloek ieder trof, die aan een
tournooi deelnam, en dat aan een ridder, die er het leven
bij verloor, eene begrafenis in gewijden grond moest worden
geweigerd. Kwamen eenige ridders in eene stad of op een
kasteel samen, dan werd er terstond op het markt- of kasteel-
plein een klein tournooi gehouden. Terwijl dit op eene een-
voudige wijze geschiedde, hadden de groote tournooien, die
aanzienlijke personen somtijds gaven, met een ongekenden
luister plaats. De genoodigdea waren dikwijls zoo groot in
II. 22