Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.333
gevangenen in den Nijl verdrinken of nederhouwen, en den
koning en de aanzienlijkste edelen in boeien slaan. Zij kregen
hunne vrijheid weder voor den afstand van Damiate en een
buitengewoon hoog losgeld.
Lodewijk IX keerde huiswaarts in de overtuiging, dat hij
zijne gelofte niet had vervuld, en naarmate in de volgende
jaren de tijdingen aangaande den toestand der Christenen in 't
Heilige Land droeviger werden, voelde hij zich meer gedron-
gen nogmaals ter kruisvaart te gaan. In 1270 begaf hij zich
naar Cagliari, de verzamelplaats der kruisvaarders. Hier werd
hem voorgespiegeld, dat de beheerscher van Tunis genegen
zou zijn het Christendom aan te nemen, wanneer hij slechts
door een leger kruisvaarders tegen zijne Mohammedaansche
onderdanen werd beschermd. Waarschijnlijk waren Lodewijk's
raadslieden door zijn broeder Karei van Anjou, den koning
van Napels en Sicilië, omgekocht, op een tocht naar Tunis
aan te dringen, omdat deze staat niet langer de schatting
wilde betalen, die het vroeger voor de vrije vaart in de
Siciliaansche wateren had opgebracht. Lodewijk, wien het denk-
beeld toelachte, het Christendom te herstellen in de streken,
waar eens de heilige Augustinus had gepredikt, besloot naar
Tunis te gaan. De landing had zonder moeilijkheden plaats,
maar weldra brak in 't leger, tijdens de hitte van de maand
Augustus, de pest uit, die duizenden ten grave sleepte, ook
den koning.
Het Ridderwezen.
De eigenaardige maatschappelijke toestanden der Middel-
eeuwen brachten mede, dat niet alleen, gelijk wij vroeger
zagen, de beoefenaars van een zelfde handwerk eene vereeni-
ging of gilde vormden, maar dat dit ook plaats had met
anderen, die een zelfde doel nastreefden. Zoo sloten de geeste-
lijken zich bij elkander aan in de kloosters, de geleerden