Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.332
bewegen, zich bij hem aan te sluiten, nam hij zijne toevlucht
tot list. Het was toen gewoonte, dat de koning op het
Kerstfeest aan iederen edelman, die zich dan aan zijn hof
bevond, een mantel ten geschenke gaf, evenals de baron-
nen aan hunne vazallen kleederen gaven met de kleuren van
hun geslachtswapen. Van dit schenken of leveren, in 't Fransch
Uvrer, is ons woord livrei afkomstig. Voor het Kerstfeest
van 1245 liet Lodewijk een veel grooter aantal mantels dan
gewoonlijk vervaardigen, en daarop noodigde hij alle ridders
van zijn hof uit, vóór het aanbreken van den dag de mis
met hem bij te wonen. Het was nog duister, toen de plech-
tigheid was afgeloopen, en daarop had de uitdeeling der
mantels plaats, die de ridders zich terstond omhingen. Toen
het licht werd, zagen zij met verbazing, dat het kruis op de
mantels was gestikt. Half morrend, half lachend, besloten
zij aan den wensch des konings gevolg te geven, want zij
achtten het onteerend thuis te blijven, nu zij eenmaal, al
was het dan buiten hun weten, het kruis hadden gedragen.
Lodewijk EX wendde met zijn kruisheir den steven naar
Damiate, dat hij na een bloedigen strijd vermeesterde. Van
den schrik en de ontsteltenis, die hierdoor onder zijne vijanden
waren teweeggebracht, wist hij echter geene partij te trekken.
Daar de overstroomingen van den Nijl begonnen waren, bleef
hij in Damiate, waar de kruisvaarders, tot werkeloosheid
gedoemd, zich aan de grofste ongebondenheid overgaven en
geheel verwilderden. Vijf maanden had dit leven geduurd,
toen Lodewijk IX met 20,000 ridders en 40,000 voetknech-
ten van Damiate, waar hij eene sterke bezetting achterliet,
optrok om Caïro te bemachtigen. Onder dagelijksche gevech-
ten trok hij steeds voort zonder de verbinding met Damiate
open te houden, en weldra was hij door den vijand omsingeld.
In 1250 had er een hevige veldslag plaats, waarin de Chris-
tenen zoo geducht werden verslagen, dat bijna allen, die niet
sneuvelden, met den koning gevangen werden genomen. Sultan
Malek, de zoon en opvolger van Saleh Ejoeb, liet duizenden