Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
;3;ii
keizer zou laten oplichten. De sultan vond deze daad echter
zoo verachtelijk, dat hij den brief aan Frederik II zond, die
daarop zijn plan liet varen.
In deze omstandigheden achtte Frederik II het noodig
met Kamil in onderhandeling te treden, en deze toonde er
zich terstond toe genegen, daar hij nog andere vijanden te
bestrijden had. Een gezantschap, dat Frederik II hem zond,
werd door Kamil niet alleen welwillend ontvangen, maar met
rijke en zeldzame geschenken, zooals edelgesteenten, gouden
en zilveren vaatwerk, zijden gewaden, een olifant, kameelen,
apen enz. voor den keizer overladen. In 1229 werd tusschen
de beide vorsten een wapenstilstand voor tien jaren gesloten,
waarbij de sultan aan den keizer Jeruzalem, Bethlehem,
Nazareth en andere streken afstond op voorwaarde, dat de
Mohammedanen er ongestoord mochten wonen, behalve te
Jeruzalem, waar zij echter de plaats, die eens den tempel
van Salomo had gedragen, als bedevaartgangers mochten be-
zoeken. * De patriarch en de paus noemden dit verdrag eene
schande voor de Christenheid, en de aartsbisschop van Cae-
sarea sprak over Jeruzalem' en het Heilige Graf het inter-
dict uit.
In 1244 slaagde de Egyptische sultan Saleh Ejoeb erin, Jeru-
zalem te heroveren en aan de Christenen bij Gaza eene vregse-
lijke nederlaag toe te brengen. De heerschappij der Christenen
in 't Heilige Land scheen verloren, wanneer er geene hulp uit
het Westen opdaagde, en hier was de geestdrift voor de kruis-
tochten bijna geheel uitgedoofd. Juist in dezen tijd werd de
Fransche koning Lodewijk IX de Heilige door zulk eene
zware ziekte aangetast, dat men voor het behoud van zijn
leven vreesde. Op zekeren dag lag hij geheel bewusteloos
op zijne legerstede. Reeds meende men, dat hij den laatsten
snik had gegeven, toen hij tot aller verbazing en vreugde
plotseling weer bijkwam en tot de omstanders sprak. Uit
dankbaarheid jegens God beloofde hij daarop ter kruisvaart
te gaan. Daar hij slechts weinige edelen en geestelijken kon