Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.26
onttrekken, doch hij liet hen door zijn veldheer Chalid, bijge
naamd //het zwaard Gods", weder onderwerpen. Chalid behaalde
eene overwinning op het leger van den Byzantijnschen keizer
Heraklïus en ontnam hem de stad Damaskus. Aboe Bekr
regeerde slechts twee jaren en benoemde kort voor zijn dood
Omar tot zijn opvolger. Deze werkzame, krachtdadige chalief
volgde de levenswijze van zijn voorganger. Hij dronk slechts
water en voedde zich met gerstebrood en dadels. Niet zelden
liep hij met gelapte kleederen, en een Perzisch satraap, die
hem eens als den machtigen beheerscher der Arabieren, zijne
hulde wilde bewijzen, vond hem na lang zoeken op de trappen
eener moskee, te midden van eenige bedelaars ingeslapen.
Omar was den dapperen Chalid zoo vijandig gezind, dat hij
dezen door Aboe Obeidah als opperbevelhebber verving. Zonder
morren nam Chalid eene ondergeschikte betrekking in het
leger aan, en diende met denzelfden moed en hetzelfde beleid,
als toen hij het volle vertrouwen van Aboe Bekr genoot.
In den oorlog met keizer Heraklius, die krachtig werd
voortgezet, vernietigde Aboe Obeidah een Byzantijnsch leger, en
daarna sloeg hij het beleg voor Jeruzalem. Hij eischte, dat
de bevolking zou erkennen, dat er geen god dan Allah, en
dat Mohammed zijn profeet was. Wilde zg dit niet, dan zou
hij toestaan, dat zij getrouw bleef aan het Christen- of het
Jodendom (ieder ander geloof was den Arabieren een gruwel
en moest worden uitgeroeid), maar dan moest zij eene jaar-
lijksche schatting betalen. Indien de inwoners ook hierin niet
bewilligden, zou hij hen met hunne vrouwen en kinderen
dooden of tot slaven maken. Het verzoek der Jeruzalem-
mers om met Omar zeiven te onderhandelen werd toegestaan,
en toen deze, gezeten op een kameel, die beladen was met
een zak gerst, een zak dadels en een zak water, slechts ver-
zeld van weinigé dienaren, die steeds zijn eenvoudig maal met
hem deelden, was aangekomen, kwam er een verdrag tot stand.
De inwoners konden Christenen of 3oden blijven, maar zij
moesten jaarlijks een hoofdgeld betalen en aan eiken Moslim,