Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.327
Heilige Land te worden gevoerd. Een paar slavenhandelaars,
die zich als vrome lieden voordeden, boden hun vrijen over-
tocht aan. Dankbaar voor deze onverwachte hulp, verdeel-
den de knapen zich op zeven schepen, waarvan er twee door
storm vergingen, terwijl de vijf andere, in plaats van naar
't Heilige Land, naar Egypte voeren, waar de jeugdige kruis-
vaarders als slaven werden verkocht. De Duitsche knapen,
bij welke zich eene menigte meisjes aansloten, allen in pel-
grimsgewaad, zouden over de Alpen naar Italië trekken.
Maar reeds in Zwitserland stierven velen van honger of ver-
moeienis, en werden anderen door roovers overvallen en uit-
geplunderd. Het aantal van hen, die zoo gelukkig waren
van over de Alpen te komen, verminderde van dag tot dag,
daar vele knapen en meisjes zich in de* Italiaansche steden
liever als dienstboden verhuurden, dan verder te trekken.
Eindelijk werd de tocht gestaakt en keerden vele knapen en
meisjes in een droevigen toestand naar hun vaderland terug.
Paus Innocentius III, die de knapen om hunne geestdrift
geprezen, maar hunne onderneming afgekeurd had, ontsloeg
hen niet van hunne gelofte, maar gaf hun uitstel, totdat zij
den volwassen leeftijd zouden hebben bereikt.
Honorius III, die Innocentius III in 1216 opvolgde,
slaagde erin, sommige vorsten te bewegen ter kruisvaart te
gaan. In 1217 begaven zich Andreas II van Hongarije, de
hertogen Leopold van Oostenrijk en Otto van Meran, en de
aartsbisschop van Salzburg met hunne troepen, bij welke
zich Denen en Noorwegers aansloten, naar Akko. Hunne
macht was zoo aanzienlijk, dat de Saracenen niets tegen hen
durfden ondernemen, maar weldra ontstond er zulk een ge-
twist tusschen de hoofden der kruisvaarders, dat zij geheel
werkeloos bleven, en Andreas II met verscheidene da])pere
strijders reeds in 't volgende jaar naar huis toog. Onder-
tusschen waren graaf Willem I van Holland en Georg, graaf
Von Wied, met een leger Friezen, Hollanders, Bremers en
Keulenaars over zee naar *t Heilige Land gegaan. Deze kruis-