Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.323
bestond Jeruzalem te heroveren. Hij wendde zich daarom tot
de koningen van Frankrijk en van Engeland, doch vond bij
geen van beiden gehoor. De geestelijke Fulco De Nenilly
begaf zich naar Richard Leeuwenhart en hield hem voor,
dat hij zijne drie dochters: hebzucht, trotschheid en onge-
bondenheid van zich moest verwijderen om alleen voor de
heilige moeder, de kerk, te leven. Maar Richard gaf hem
spottend ten antwoord: ,/Welnu, ik zal van mijne drie doch-
ters scheiden: mijne hebzucht geef ik aan de monniken van
Citeaux, mijne trotschheid aan de Tempehers en mijne onge-
bondenheid aan de hooge geestelijkheid, dan worden mijne
dochters zeker met open armen ontvangen." Met beteren uit-
slag wendde Fulco De Neuilly zich tot de Fransche ridder-
schap. Op een schitterend tournooi, dat in 1199 in Cham-
pagne werd gegeven, hield hij eene welsprekende redevoering,
en verkreeg hij van het meerendeel der aanwezige vorsten
en ridders de belofte, dat zij deel zouden nemen aan den
kruistocht. Men besloot, zich te Venetië te vereenigen en
van daar over zee naar het Heilige Land te gaan. Venetië was
toen eene republiek, die door de aanzienlijkste geslachten
bestuurd werd, terwijl het uitvoerend gezag was toevertrouwd
aan een doge. Het gezantschap, dat de Fransche ridders
naar Venetië zonden om over de voorwaarden van den over-
tocht te spreken, werd door den blinden doge Dandölo, een
man van drie en negentig jaar, welwillend ontvangen. Hij
beloofde het leger kruisvaarders over te voeren en negen
maanden van levensmiddelen te voorzien op voorwaarde, dat
vóór de af\faart eene som van 85,000 mark zilver werd be-
taald, en het te veroveren grondgebied en de te behalen buit
tusschen Venetië en de kruisvaarders zouden worden verdeeld.
Het gezantschap nam met dezen voorslag genoegen, en alle
vorsten en ridders, die ter kruisvaart zouden gaan, verbon-
den zich, hun aandeel in de bepaalde som bij te dragg^
Toen zij echter het volgende jaar te Venetië vereenigd waren,
bleek het, dat zij niet meer dan 51,000 mark konden beta-