Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.319
schukken. Het gebrek aan drinkwater was somtijds zoo
groot, dat velen hun dorst zochten te lesschen met het bloed
der |)aarden, die bezweken. De groote ellende, die geleden
werd, bracht meer en meer moedeloosheid te weeg. Velen
begonnen te twijfelen aan God, liepen naar den vijand over
en bekeerden zich tot den Islam. Terwijl de verslagenheid
toenam, trachtte Barbarossa hen, die het kruis getrouw ble-
ven, te troosten met de opmerking, dat het koren van het
kaf gezuiverd moest worden, en men niet op Gods hulp kon
rekenen, zoolang zij, die door hun afval bewezen, kinderen
des duivels te zijn, zich in hun midden ophielden. Toen
kort daarna gezanten van den sultan van Ikonium den keizer
tegen eene groote som gelds vrijen doortocht en het recht
om zich tegen betaling levensmiddelen te verschaffen kwamen
aanbieden, antwoordde de fiere grijsaard: //Het komt noch
met de waardigheid eens keizers, noch met den aard der
Christenridders overeen zich den doortocht in 's vijands
land voor goud te koojjen; wij zullen hem ons met het
zw.iard in de vuist banen!" Eu Barbarossa hield woord.
Nabij de stad Ikonium stiet hij op een geducht vijandelijk
leger, en hoezeer zijne strijders door gebrek en ziekte ver-
zwakt waren, behaalde hij na een hevig en bloedig gevecht
zulk eene schitterende ovrrwiiining, dat de stad terstond de
poorten voor hem opende. Volgens hunne gewoonte richtten
de kruisvaarders onder de ingezetenen eene vreeselijke slach-
ting aan, zonder te letten op kunne of lefftijd, en daarna
gingen zij aan 't plunderen. Zij maakten zich meester van
een ontzaglijken buit, met alleen aan goud en zilver, maar
ook aan levensmiddelen en, wat voor den verderen tocht
zoo nuttig was, aan muildieren en ezels. Na de noodige
rust te hebben gesmaakt, trok het leger verder. De rivier
Kalykadnus vertraagde eenigszins den tocht, dewijl de kruis-
vaiirders haar slechts met behulp van ééne brug konden
overtrekken. Barbarossa, die zich bij de achterhoede be-
vond, wilde zijn zoon Erederik, die de voorhoede aanvoerde