Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.315
been en trok daarmede naar Constantinopel, waar hij op eene
goede ontvangst rekende. Hierin vond hij zich bitter teleur-
gesteld. De Byzantijnsche keizer Manuel had kort te voren
een twaalfjarig bestand gesloten met den sultan van Ikonium,
en misschien heulde hij met dezen tegen de kruisvaarders,
die hij wantrouwde. Althans de gidsen, die hij den Duitschers
uiedegaf, leidden dezen langs wegen, op welke zij dikwijls
in hinderlagen van de Seldschukken vielen; bovendien had
Koenraad de meeste moeite zijne troepen van levensmiddelen
te voorzien. De Byzantijnsche steden in Klein-Azië wilden
hen niet binnenlaten, en als de soldaten om voedsel verzochten
aan de ingezetenen, eischten dezen eerst betaling. Daartoe
werden dan zakjes aan een touw van de muren neergelaten,
opdat de krijgslieden er het geld in zouden doen voor de te
leveren waren. Het geld werd dan opgehaald, maar het daar-
voor gekochte niet naar beneden gelaten, en de inwoners
vermaakten zich, de kruisvaarders zoo aardig te hebben beet
gehad. Het grootste gedeelte van het leger der Duitschers
kwam door ziekte, gebrek en het zwaard der Seldschukken om.
Kort na Koenraad 111 kwam Lodewijk VII voor Constan-
tinopel. Keizer Maimel behandelde hem en zijne troepen beter
dan de Duitschers, omdat de Fransche ridders bereid waren
hem den leeneed te zweren. De Franschen trokken ook door
Klein-Azië, en weldra sloot het droevig overschot van het
Duitsche leger zich bij hen aan. Maar de tocht ging zeer
langzaam door gebrek aan de noodige levensmiddelen, het
verraad der Byzantijnen en de voortdurende gevechten met
de Seldschukken. Daarom besloot Lodewijk VII met een
groot aantal zijner ridders over zee naar Jeruzalem te gaan,
waar eerst in't volgende jaar (1248) Koenraad III en de ver-
schillende afdeelingen des legers aankwamen. Nu besloten
de vorsten in vereeniging met den jeugdigen koning van Jeru-
zalem, Boudewijn III, Damaskus te veroveren; doch hunne
onderneming mislukte geheel, dewijl de in het Heilige Land
gevestigde Christenen de kruisvaarders tegenwerkten. Vele