Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.314
die door hare rijkdommen bovendien in staat was, krijgslie-
den in dienst te nemen. De Johaimieters werden van nu af
in drie klassen verdeeld: de ridders, de geestelijken en de
ziekenverplegers.
Hoe dapper de geestelijke orden de Moslimien bestreden,
eindelijk slaagden dezen er toch in, Edessa op de Chris-
tenen te heroveren. Koning Fulco van Anjou, de schoonzoon
en opvolger van Boudewijn II, riep daarop de hulp in van
den Franschen koning Lodewijk YII, die zich terstond bereid
verklaarde aan een nieuwen kruistocht deel te nemen. Kort
te voren had hij bij het innemen eener stad eene kerk in
brand laten steken, waardoor meer dan duizend men:?chen in
de vlammen waren omgekomen. Hij voelde gewetensknaging
over deze daad, en meende zijne gemoedsrust te zullen her-
krijgen , door de ongeloovigen te bestrijden. Bovendien wer-
den de Franschen krachtig opgewekt tot den tweeden kruis-
tocht door den invloedrijken abt van Clairvaux, den heiligen
Bernard, van wien verhaald wordt, dat hij zieken genas,
dooden in 't leven terugriep en door het teeken des kruises
hazen uit den bek der honden en vogels uit de klauwen van
haviken redde. Om den tocht des te beter te doen slagen,
wendde Bernard van CJairvanx zich ook tot den Duitschen
keizer Koenraad III, doch deze wilde er niets van weten.
Bernard gaf echter zijne pogingen niet op. Hij volgde den
keizer naar Spiers, waar deze zich ophield om het Kerst-
feest te vieren. Toen de mis was geëindigd trad Ber-
nard als prediker op, om de hoorders tot deelneming aan
den kruistocht op te wekken. Eensklaps richt hij het woord
tot Koenraad III, doet hem opmerken voor hoeveel goeds
hij God te danken heeft, wijst hem op Christus, die zijn
leven heeft gegeven om hem in staat te stellen de zaligheid
deelachtig te worden, en vraagt hem daarna, wat hij voor
dien Yerlosser over heeft. Getroffen door deze toespraak, legde
Koenraad III terstond de belofte af, dat hij mede ter kruis-
vaart zou gaan. Hij bracht een leger van 70,000 man op de