Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.312
nigden de Christenen zich van het bloed, waarmede zij bevlekt
waren en trokken toen in processie naar de kerk der Opstan-
ding, om God voor de overwinning te danken. Hierna
maakte ieder kruisvaarder zich meester van de eerste de beste
woning, die hem aanstond en wier eigenaar was omgebracht,
en dewijl ieder kon behouden, wat hij had buitgemaakt,
was menig krijgsman, die vroeger een leven vol ontbering
had moeten leiden, in staat gesteld zich in weelde te baden.
De ridders wisten zich heerlijkheden te verwerven, die dein
Europa achtergelatene in waarde ver overtroffen, terwijl de
vorsten na langdurige beraadslagingen, waarbij zij niet toegaven
aan den eisch der geestelijken om den patriarch van Jeruzalem
tevens als wereldlijk hoofd van het veroverde grondgebied te
erkennen, tot het besluit kwamen, het koninkrijk Jeruzalem
te stichten en Godfried van Bouillon de kroon aan te bieden.
Godfried verklaarde zich bereid het bestuur te aanvaarden,
doch geen koningskroon willende dragen op de plaats, waar
Christus met eene doornenkroon was gepijnigd, nam hij den
titel aan van Beschermer van 't Heilige Graf. Hij versloeg
het Egyptische leger, dat te laat was gekomen om Jeruzalem
te ontzetten, bij Askalon, stierf in 1100 en werd opgevolgd
door zijn broeder Boudewijn, den graaf van Edessa, die zich
te Bethlehem tot koning liet kronen. De strijd tegen de
ongeloovigen werd onafgebroken voortgezet, en voortdurend
stroomden nieuwe scharen kruisvaarders naar het koninkrijk
Jeruzalem, dat een krachtigen'steun vond in de geestelijke
ridderorden, die in dezen tijd werden gesticht.
Reeds in 1048 hadden Italiaansche kooplieden nabij het
heilige graf te Jeruzalem een aan Johannes den Dooper ge-
wijd klooster gebouwd, met het doel om er zieke pelgrims
te verplegen. De kloosterlingen, hospitaalbroeders of Johan-
nieters genoemd en kenbaar aan een zwarten mantel met een
wit kruis, verwierven zich de algemeene achting van Chris-
tenen en Moslimien door hun eenvoudig en vroom leven
en hunne liefderijke verpleging der zieken, want zij verzorg-