Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.311
brandpijlen vernield en die strijders, welke den muur nader-
den, met kokende olie en brandende zwavel overgoten. Aldus
verliej) de eerste dag.
Godfried van Bouillon en Raimond van Toulouse hadden
ieder een belegeringstoren laten maken. Den tweeden dag
gelukte het den kruisvaarders dien van Godfried tot dicht bij
den muur te rollen, maar toen wierpen de belegerden een
van haken voorzienen vlammenden balk , die met eene door
water niet te blusschen brandstof bestreken was, tegen den
toren, die erdoor in brand geraakte. Dc Christenen, wien
het bekend was, dat het brandmiddel met azijn uit te dooven
was, liadden voor een goeden voorraad van deze vloeistof
gezorgd, en slaagden erin, den brand in deu toren te blusschen.
Intussclieu was weder een groot gedeelte van den dag voor-
bijgegaan, zonder dat de Christenen eenig voordeel hadden
beliaald, toen zij, gelijk verhaald wordt, plotseling een reus-
achtigen ridder met een vlammend schild op den Olijfberg
meenden te zien. Hieruit maakten zij op, dat God hen zou
bijstaan. Hoe afgemat zij waren, toch liervatt'en zij met
nieuwen moed den strijd. De toren van Godfried werd op-
nieuw vooruitgerold, terwijl anderen het houtwerk en de
zakken, die den muur nabij den belegeringstoren bescherm-
den, in dt-n brand staken. Toen de rook en de vlammende
belegerden voor een oogenblik van dat gedeelte van den
muur hadden verdreven, liet Godfried de valbrug neder en
stormde hij met de zijnen de stad in. Onder den kreet:
,/God wil het!" sloegen de kruisvaarders ieder neder, die zich
op hun weg voordeed. Zij richtten een onmenschelijk bloed-
bad aan. Niet slechts werden Mohammedanen, die in hunne
moskeeën, en Joden, die in hunne synagoge gevlucht waren,
door het zwaard of de vlammen omgebracht, eene menigte
vrouwen, van welke het gerucht liep, dat zij hare edelge-
steenten hadden zoeken te redden door ze ih te slikken,
werden gedood om te onderzoeken, of zich in hare lijken ook
kostbaarheden bevonden. Toen de stad was uitgemoord, rei-