Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Jeruzalem had eene bezetting van 40,000 man, de vesting-
werken waren in den besten staat van tegenweer en de bevel-
hebber der stad had in den omtrek de velden laten verwoes-
ten en de waterputten verontreinigen.
Eeeds den vijfden dag na hunne aankomst veroverden de
Christenen stormenderhand een buitenmuur, doch daarachter
bevond zich een veel sterker binnenmuur, die niet zonder
belegeringswerktuigen te vermeesteren was. Met ijver ging
men aan het werk om deze samen te stellen, maar onder-
tusschen deed zich het gebrek aan drinkwater, daar ook in
die dagen de beek Kidron uitdroogde, meer en meer gevoelen.
Opnieuw had zich de moedeloosheid van de Christenen mees-
tergemaakt, toen plotseling de blijde tijding werd vernomen,
dat eene Genueesche vloot met levensmiddelen, wijn en be-
legeringswerktuigen te Joppe was geland. Deze uitredding
was voor de kruisvaarders van te meer gewicht, daar de
sultan van Egjpte, in wiens macht Jeruzalem te dien tijde
was, tot het ontzet der stad een leger had afgezonden, dat
na drie weken voor hare poorten kon zijn.
Met den meesten spoed toog men aan 't werk. Weldra
werd de dag om een nieuwe bestorming te wagen bepaald.
Vooraf hield men echter een plechtigen omgang naar den
Olijfberg, bij welke gelegenheid Peter van Amiè'ns in eene
opgewekte redevoering den kruisvaarders Gods bijstand toezeide,
wanneer zij slechts hunne onderlinge twisten staakten en
eensgezind de ongeloovigen aanvielen. Peter's woorden maak-
ten een diepen indruk. Zelfs Tancredo en Raimond van Tou-
louse, die voortdurend in twist hadden geleefd, reikten elkan-
der de hand der verzoening.
De kruisvaarders begonnen de bestorming door met hunne
blijden en catapulten zware steenen tegen den muur te werpen,
doch deze leed er weinig van, daar de Saracenen ze door
teenen horden en zakken met stroo gevuld tegen de werking
van het geschut der belegeraars beveiligd hadden. Toen de
Christenen storm liepen, werden hunne stormdaken door