Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.24
rusten op de borst van Ajisja. Nog enkele korte gebeden
stamelde hij: //Allah, sta mij bij! — Allah, schenk mij ver-
giffenis en vereenig mij met mijne vrienden daarboven! —
Eeuwigheid in het Paradijs!" en toen was hij niet meer.
Volgens zijn bevel werd in het vertrek, waarin hij gestor-
ven was, een graf gedolven en zijn lijk daarin gelegd.
De openbaringen, die Mohammed tijdens zijn profeetschap
had ontvangen, en die door hem soera of koran, welk laat-
ste woord lezen beduidt, werden genoemd, waren bij zijn
leven niet bijeengebracht; zij waren gedeeltelijk op stukjes
papier of perkament, op palmbladen of op steenen geschre-
ven, gedeeltelijk slechts in 't geheugen bewaard. Na zijn
dood zijn zij verzameld en naar gelang harer uitgebreidheid
achter elkander geplaatst, zoodat in de verzameling, Aora?i
genaamd, vroegere openbaringen dikwijls na latere geplaatst
zijn. Of de openbaringen in den koran zuiver zijn weerge-
gegeven, is zeer de vraag, te meer dewijl er spoedig eene
overlevering ontstond en de Mohammedanen, in navolging
van de Joden en de Christenen, de goddelijke zending van
Mohammed door wonderen zochten te bewijzen.
Als voorbeelden van de aan Mohammed toegeschreven
wonderen kunnen de volgende dienen. Als jongeling werd hij
eens door twee Engelen in witte kleederen aangegrepen en
op den grond geworpen. Zij sneden hem de borst open,
haalden er zijn hart uit, reinigden het en legden het toen
weder op zijne plaats. Ofschoon Mohammed van middelbare
lengte was, scheen hij steeds een hoofd grooter, dan iemand,
die naast hem ging. Zijn gelaat straalde altijd glans uit, en
als hij zijne vingers ervoor hield, schenen zij, door de ver-
lichting, die zij van zijn aangezicht ontvingen, als fakkels.
Boomen en steenen bogen voor hem, en hagedissen en gazel-
len spraken hem aan: eens deed dit een gebraden bok. Bij
zekere gelegenheid spleet hij de maan met zijn vinger in
tweeën. Eens was Mohammed tegen het middaguur ingesla-
pen. Ali, zijn secretaris en de echtgenoot zijner dochter