Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.307
Adhemar, de bisschop van Puv, vasten en processies voor-
schreef. Om de vijandelijke spionnen, die zich telkens in
de legerplaats wisten op te houden, af te schrikken, liet
Boëmond twee hunner, die gegrepen waren, dooden en bra-
den. Er kwam uitkomst toen Genueesche schepen levensmid-
delen aanbrachten.
Eindelijk was Godfried van Bouillon hersteld, en deed zich
zijne tegenwoordigheid weder gevoelen. Toen eene groote
afdeeling Saracenen, die zich in hinderlaag had geplaatst, een
convooi levensmiddelen had overvallen, trok hij haar met zulk
eene snelheid achterna, dat hij haar inhaalde en bijna geheel
vernietigde. Bij die gelegenheid, zoo verhaalt men, zou hij
met zijn geducht zwaard een vijandelijk ruiter middendoor
hebben gehouwen, zoodat het paard met het onderlijf van
den verslagene naar de stad terugkeerde.
Nu begonnen de belegerden gebrek aan levensmiddelen te
krijgen, en daarom zonden zij gezanten aan sultan Korboga
van Mosoel, om dezen te smeeken, de stad te ontzetten.
Korboga willigde het verzoek in en bracht een groot leger
op de been; maar in plaats van terstond tegen Antiochië op
te trekken, wilde hij eerst Edessa veroveren.
Juist in dezen tijd verklaarde Boëmond aan de hoofden
der kruisvaarders, dat hij een middel wist om zich terstond
van Antiochië meester te maken, doch dat hij het slechts
wilde toepassen op voorwaarde, dat hem de stad na de ver-
overing zou toebehooren. Aanvankelijk weigerden de Chris-
tenvorsten hunne toestemming te geven, omdat zij gezworen
hadden, keizer Alexis als leenheer van al het te veroveren
land te erkennen. Maar toen het bericht kwam, dat Korboga
het beleg van Edessa had opgebroken, en naar Antiochië op
weg was, gaven zij toe. Nu begaf Boëmond zich in 't holle
van den nacht met eene menigte ridders-naar den voet van
een toren, welks bevelhebber hij had omgekocht. Op een
gegeven teeken werd eene touwladder naar beneden gelaten,
die terstond door eenige dappere ridders werd beklommen.