Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.305
om een van de verdedigingstorens te vernielen. Onder zijne
leiding werd eene kat of een schutdak vervaardigd, dat weer-
stand zou bieden aan de zwaarste steenen, en toen dit tegen
een der voornaamste torens was gerold, begon men er de stee-
nen van los te breken. Op deze wijze maakte men tot op de
halve dikte van den muur eene groote opening, die met zware
stukken hout en andere brandstoffen werd gevuld. Men stak
er de vlam in, en weldra stortte de toren omver. Nu werd Nicea
genomen, en negen dagen later trokken de kruisvaarders ver-
der. Bij Dorylêum trachtte Kilidsch Arslan hen tegen te houden,
doch hij werd opnieuw geslagen. Op zijn terugtocht veront-
reinigde hij de bronnen en vernielde hij de levensmiddelen,
zoodat de kruisvaarders in groote ongelegenheid werden ge-
bracht. Terwijl het leger, aan allerlei ontberingen blootgesteld,
langzaam voorttrok, bezweek menig strijder door uitputting
of ziekte. Ook Eaimond van Toulouse, de invloedrijkste der
aanvoerders na Godfried van Bouillon, werd ziek, terwijl deze,
toen hij op het angstgeschrei van een pelgrim, die door een
beer was aangevallen, ter hulp was gesneld, zich zoodanig
met zijn eigen zwaard had gewond, dat het leger eenigen tijd
van zijne raadgevingen en zijn krachtigen arm verstoken moest
blijven. Gedurende dezen tijd geraakte Boudewijn, Godfried's
broeder, in een hevigen twist met Tancredo, en toen hij door
zijne verwaandheid ook andere aanvoerders van zich afkeerig
had gemaakt, besloot hij, zich met zijne manschappen van
het leger af te scheiden.
Hij had vernomen, dat in de streken van den Boven-Euphraat
vele Christenen woonden, die met verlangen naar hulp uit-
zagen om het juk der Seldschukken af te schudden. Daarheen
begaf hij zich op weg, en met behulp der Christenbevolking
veroverde hij menige stad. Te Edessa, waar uitsluitend Christe-
nen woonden, dwongen de inwoners hun ouden vorst, Boudewijn
tot opvolger aan te nemen, en toen de grijsaard kort daarna zijn
woord terugnam, werd hij afgezet en door Boudewijn vervangen.
Aldus werd deze de stichter van het graafschap Edessa.
II. 20