Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.302
welke noch geld, noch voorraad bij zich had, en niet eens
behoorlijk gewapend was, uit Lotharingen op. Onderweg
sloten zich Perejo en Gantier Sans Avoir (Wouter Zonder
Have) met nog zes ridders, de geheele ruiterij van het leger,
en een groot aantal voetknechten bij hem aan. Deze strijders
scheidden zich te Keulen weder van de overige af, omdat
Peter er de aankomst van nieuwe benden moest afwachtten.
Onder aanvoering van Perejo trok nu de voorhoede naar
Constantinopel. Onder weg verloor zij, in een gevecht tegen
de Boelgaren, een aantal manschappen en werd Gantier Saus
Avoir haar aanvoerder, daar Perejo stierf. Keizer Alexis I
Comnenus ontving de kruisvaarders met vriendelijkheid en
wees hun buiten Constantinopel eene legerplaats aan.
Eindelijk begaf ook Peter zich op weg, maar hij was niet
in staat de orde bij zijne benden te handhaven, die, bewe-
rende dat zij als strijders voor God recht hadden, zich toe
te eigenen, wat zij noodig hadden, allerwegen plunderden en
dientengevolge door de Hongaren en Boelgaren herhaalde
malen werden aangevallen en duchtig gehavend. Toen Peter's
sterk gedunde troepen zich met die van Gautier Sans Avoir
hadden vereenigd, was er onder de kruisvaarders zulk een
algemeen verlangen om de ongeloovigen te bestrijden, dat
zij den raad van Alexis in den wind sloegen, om de troepen
der aanzienlijke edelen af te wachten, en naar Klein-Azië
overstaken, waar zij spoedig door de Seldschukken zoozeer
werden geslagen, dat slechts 3000 man met Peter in Con-
stantinopel terugkwamen. Onder de gesneuvelden behoorde
ook Gautier Sans Avoir.
Met andere benden kruisvaarders ging het niet beter.
De priester Gottschalk werd met al zijne volgelingen, 18,000
in getal, door de Hongaren doodgeslagen. De leekebroe-
der Volkmar trok aan het hoofd van eene groote menigte
Lotharingers en daaronder een aantal roofzieke ridders naar
het Heilige Land. Zij lieten zich voorafgaan door eene
geit en eene gans, die, naar het zeggen der priesters,