Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.301
strijde te trekken, om het Heilige Land van de ongeloovigen
te verlossen, en wie de gelofte om mede trekken had afgelegd,
liet zich ten teeken daarvan een rood kruis op den rechter-
schouder vasthechten. Geheel Frankrijk geraakte in de grootste
opgewondenheid, en men verhaalde elkander van allerlei tee-
kenen aan den hemel en op aarde, waaruit men opmaakte,
dat de verovering van het Heilige Land Gods wil was. Eene
komeet en noorderlichten waren te zien geweest. Een gees-
telijke verhaalde, dat hij een ontzaglijk groot zwaard in de
lucht heen en weer had zien bewegen; een ander had op
klaarlichten dag twee mannen te paard in de lucht waarge-
nomen, waarvan de eene, die een kruis droeg, den anderen
na een langdurig gevecht overwonnen had, ja, men wist te
vertellen, dat Karei de Groote uit den doode was opgestaan
om de kruisvaarders aan te voeren.
Behalve vroomheid werkten ook andere oorzaken mede om
de menschen aan den kruistocht te doen deelnemen. Menig
edelman deed het uit zucht naar avonturen, om krijgsroem te
behalen, of om zich in het Oosten van eenig grondbezit
meester te maken. Vele lijfeigenen en hoorigen namen aan
den kruistocht deel, om daardoor vrijen te worden. Hadden
anderhalve eeuw vroeger een groot aantal personen hun lijfsbe-
houd met hunne vrijheid betaald, de maatschappij was onder-
tusschen zoozeer veranderd, dat de onvrijen weder naar vrij-
heid verlangden.
De tijd, dien de aanzienlijke edelen tot eene voldoende
uitrusting voor den kruistocht noodig hadden, viel aan eene
menigte dwepers te lang. Zij schaarden zich om Peter den
Kluizenaar, daar zij het beter vonden onder een zoo heilig
man, dan onder een vorst op te trekken. Zij verbeeldden
zich, dat zij gingen strijden voor God, en dat deze daarom
niet zou kunnen nalaten, hen in alles te helpen en hun eindelijk
de overwinning te verschaffen. Nadat zich nog een groot
aantal weggeloopen lijfeigenen en ontvluchtte misdadigers bij
hen hadden aangesloten, brak Peter met die ordelooze bende.