Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.300
dig inzag, dat een gemeenschappelijke strijd van de Christe-
nen tegen de ongeloovigen slechts strekken kon om het aan-
zien der kerk en de macht der geestelijkheid te verhoogen.
Hij benoemde Peter tot gezant van den paus en van de ver-
drukte kerk te Jeruzalem en gaf hem een brief mede aan
de vorsten der Christenheid gericht. Nu reisde Peter door
Italië en door Frankrijk. Hij wendde zich niet alleen tot de
vorsten, maar sprak ook veel tot het volk, waarbij hij ver-
haalde, hoe de Verlosser hem in een droom was verschenen
om hem op te wekken, de Christenen ten strijde te roepen,
en een brief toonde, die, naar zijn zeggen, uit den hemel
was gevallen en strekken moest om zijne woorden te be-
vestigen.
Nadat de volken aldus waren voorbereid, hield Urbanus II
in 1095 te Piacenza eene kerkvergadering in 't open veld,
die door duizenden geestelijken en leeken werd bijgewoond,
en op welke afgezanten van den Griekschen keizer A.lexis I
Comnenus om hulp kwamen smeeken tegen de Saracenen.
Eene menigte geestelijke en wereldlijke heeren zwoeren, den
keizerin den strijd tegen de ongeloovigen te zullen bijstaan.
Nog grooter geestdrift werd aan den dag gelegd op de kerk-
vergadering, die het volgende jaar te Clermont in Frankrijk
werd gehouden. Urbanus II hield bij die gelegenheid eene
schitterende redevoering en bracht zijne hoorders in zulk eene
opgewondenheid, dat hij telkens werd afgebroken met het
geroep van v/God wil het!" Aan allen, die aan den kruistocht
deelnamen, beloofde hij, dat zij volkomen aflaat van zonden
zouden erlangen, dat de kerk hunne goederen zou beschermen,
dat, wie schulden had, tijdens zijne afwezigheid daarover niet
lastig mocht worden gevallen, en dat de kerk voor de betrek-
kingen , die zij achterlieten, zou zorgen. Bovendien zeide hij
aan de hoorigen en lijfeigenen, die ter kruisvaart gingen, de
vrijheid toe.
Zoodra de paus zijne redevoering geëindigd had, verklaar-
den duizenden, zoo geestelijken als leeken, zich bereid ten