Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.298
De Kruistochten.
Reeds in de eerste eeuw onzer jaartelling werd het eene
vrome handeling geacht ter bedevaart naar het Heilige Land
te gaan om zich in den Jordaan te baden en op de plaatsen,
waar volgens de evangeliën Jezus had geleefd, geleerd en
geleden, te bidden. De zich langzamerhand vestigende over-
tuiging, dat een pelgrimstocht naar het Heilige Land kwijt-
schelding van de zwaarste zonden en zekerheid van de zalig-
heid hier namaals verschafte, gepaard met de toenemende
gewoonte, dat een bedevaartganger door de gemeente, tot
welke hij behoorde, bij zijn vertrek plechtig uitgeleid en bij
zijne terugkomst met eerbewijzen ontvangen werd, deed het
aantal pelgrims voortdurend toenemen. Hierbij kwam nog,
dat, sedert Constantijn de Groote het Christendom had aan-
genomen, de bedevaarten minder bezwaren opleverden. Hij
liet boven het graf van Christus een gewelf bouwen en in de
nabijheid daarvan eene prachtige kerk, terwijl zijne moeder
Helena, die nog in haar hoogen ouderdom eene bedevaart
naar het Heilige Land ondernam, eene kerk liet bouwen nabij
de karavanserai van Bethlehem, in welke men zeide, dat
Christus geboren was, en ééne op de plaats der Hemelvaart
op den Olijfberg.
Toen de Mohammedanen het Heilige Land op de Byzan-
tijnen hadden veroverd, behandelden zij de Christenen met
zachtheid, eu lieten zij, spoedig inziende, dat het hun gel-
delijk voordeel aanbracht, de Christenen uit vreemde landen
ongestoord als pelgrims toe. Wel veranderde dit, toen de
ruwe Seldschukken Palestina iu hunne macht hadden gekre-
gen, maar de bedevaarten verminderden er niet door. Het
begon nu gewoonte te worden, dat vorsten en hooge geeste-
lijken met een gevolg van duizenden personen onder het ten
toon spreiden van weidsche pracht een tocht naar het Heilige
Land ondernamen. Zij wekten daardoor zoozeer de roofzucht