Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.294
diens rijk onderworpen had, riep hij de hoofden der hem
onderhoorige Mongoolsehe stammen tot eene vergadering bijeen
in zijne hoofdstad Karakoram, niet ver van de bronnen van de
Orkhon, die in het meer Baikal valt. Op die vergadering
verklaarde een waarzegger, dat hem een bovenmensehe-
lijk groot, rood wezen, op een wit paard gezeten, was ver-
schenen en hem had geopenbaard, dat Temoedschin de Khan
aller Khans zou worden. Van nu af noemde deze zich
Dschengis Khan (Groote Khan), en trad hij op als ver-
overaar.
Aan het hoofd zijner Mongolen viel hij in China, bestormde
den beroemden grooten muur, kwam erdoor en trok moor-
dend en brandend naar Peking, dat hij in 1215 veroverde.
Daarna viel hij het Mohammedaansche rijk der Chowares-
miërs aan, dat zich van de Kaspische Zee tot Indië uitstrekte.
De dappere Sultan van dit rijk, Mohammed, was tegen de
tallooze woeste Mongolen niet bestand en zag zich genood-
zaakt naar een eilandje in de Kaspische Zee te vluchten,
waar hij arm en verlaten stierf. Alle groote steden, waaronder
verscheidene bloeiende van meer dan 100,000 inwoners, zooals
Samärkand en Balkh, werden door Dschengis-Khan veroverd
en geheel of gedeeltelijk in puinhoopen veranderd. Het lot
der inwoners was ontzettend: gewoonlijk werden de volwas-
senen gedood, de jongeren tot slavernij gedoemd. Toen Toeli,
een der zonen van Dschengis-Khan, na de verovering van
Herat niet alle volwassenen had laten neersabelen, verbood
zijn vader hem, ooit weer zonder diens toestemming genade
te verleenen, omdat een overwonnen vijand, wegens den haat,
dien hij zijn nieuwen meester toedraagt, altijd gevaarlijk blijft.
„Medelijden," voegde hij er bij „is een kenmerk van zwakke
zielen; slechts door gestrengheid worden de menschen tot
gehoorzaamTieid gedwongen." In Bokbära, dat toen een der
hoofdzetels der Mohammedaansche geleerdheid was, werden
de kostbare boekerijen vernield. Dschengis-Khan reed er te
paard de prachtige moskee binnen, en om met Mohammed's