Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.286
Omstreeks dezen tijd begonnen de Schotten zich zeer onge-
rust te maken, dat na den dood van hun koning Alexander
III, die geene mannelijke nakomelingen had, de Schotsche
troon zou worden overweldigd door Eduard I. De Schotten
kwamen daarom met Alexander III overeen, diens klein-
dochter Margareta, eene dochter van Erik, koning van De-
nemarken, als opvolgster te erkennen. Margareta, in de
geschiedenis bekend als Noorsche Maagd, werd na den dood
van haar grootvader gekroond, doch zij overleed reeds vijf
jaren later, en nu deden allen, die aan het Schotsche ko-
ningshuis verwant waren, hunne aanspraken op den troon
gelden. Onder de dertien mededingers behoorde ook graaf
Eloris V van Holland, wiens betovergrootmoeder Ada, de
gemalin van graaf Eloris III, eene dochter was van den
Schotschen koning Hendrik.
De Schotsche edelen, met recht vreezende voor een ver-
schrikkelijken burgeroorlog, verzochten Eduard I als scheids-
rechter uitspraak te doen over de pretendenten. Met gretig-
heid nam Eduard het aanbod aan, en nadat hij alle mede-
dingers had laten zweren, dat zij zich aan zijne uitspraak
onderwerpen, en de kroon als leen van den Engelschen koning
aannemen zouden, benoemde hij John Baliol tot koning van
Schotland.
De Schotten konden het weldra niet verdragen, afhanke-
lijk te zijn van den Engelschen koning. Terwijl in de Schot-
sche laaglanden het leenstelsel bestond gelijk in de andere
landen van Europa, trof men in de Schotsche hooglanden
geheel andere maatschappelijke toestanden aan. De-Hooglan-
ders waren verdeeld in clans, een Keltisch woord, dat familie
of geslacht beduidt. De leden eener clan hielden zich voor
afstammelingen van een zelfden voorvader, en gehoorzaamden
daarom het clanhoofd niet alleen met de trouw van onder-
danen, maar met de gehechtheid van bloedverwanten. Zij
beschouwden zijne zaak als de hunne en waren steeds bereid,
goed en bloed voor hem op te offeren. Het bestuur van het