Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.284
gen de Magna charta libertatum, den grooten vrijheidsbrief,
te bezegelen. Hierdoor werden de voorrechten van de gees-
telijkheid , den adel en de burgers gewaarborgd, en tevens
bepaald, dat de koning geene belastingen mocht heffen zon-
der toestemming van het parlement, eene vergadering van
geestelijken en edelen, dat iemand slechts op bevel van den
rechter in hechtenis genomen mocht worden , dat handel
en verkeer vrij zouden zijn en dat eene commissie van acht
en twintig baronnen toezicht zou houden op het nakomen der
koninklijke beloften.
Innocentius III zag in deze bepalingen eene inbreuk op
zijne rechten als leenheer, keurde ze openlijk af, en dreigde
iederen baron, die het wagen zou tegen koning Jan op te staan,
met den banvloek. Hierdoor gesteund, wilde Jan beproeven,
de Engelsche edelen door geweld aan zich te onderwerpen.
Dezen zochten en vonden steun bij den Franschen koning,
op voorwaarde, dat zij diens zoon Lodewijk als koning van
Engeland zouden erkennen. De paus zond daarop een legaat
naar Filips II August om hem te verbieden, zich met de
binnenlandsche aangelegenheden in Engeland te bemoeien.
Filips stelde zich zeer onderdanig aan en verbood zijn zoon
Lodewijk, met wien hij het echter heimelijk eens was, de
Engelsche baronnen met een leger te hulp te snellen. In
tegenwoordigheid van den legaat antwoordde Lodewijk, dat
hij zijns vaders leenman was voor Frankrijk, maar geene
bevelen van hem behoefde op te volgen voor hetgeen Engeland
betrof. Lodewijk stak daarop naar Engeland over en bracht
met de baronnen den koning meer en meer in 'fr nauw.
Toen echter Innocentius III en Jan kort na elkander over-
leden waren, en de negenjarige Hendrik III, de zoon van Jan,
door eene groote partij in Engeland tot koning was erkend,
werd Lodewijk verslagen, en liet deze zijne aanspraak op den
Engelschen troon varen.
De regeering van Hendrik III was eene aaneenschakeling
van rampen voor het Engelsche volk. Door zijne verkwistende