Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.283
ning bracht daarop terstond een groot leger op de been ,
maar ook Jan wist zich te wapenen, ofschoon de banvloek
een diepen indruk op zijn volk had gemaakt.
Dewijl de paus echter den Engelschen koning liefst zonder
de hulp van een vreemden vorst tot onderwerping bracht,
liet hij dezen door zijn legaat Pandolfo voorhouden, dat de
Engelsche baronnen zeker tot Eilips II August zouden over-
loopen, wanneer het Eransche leger op de Engelsche kust
was geland. Hierdoor bevreesd geworden, bezegelde Jan met
een aantal baronnen eene oorkonde, waarin hij verklaarde,
dat hij ten zoen voor de beleediging, der heilige kerk aan-
gedaan, zijne rijken Engeland en Ierland aan paus Innocen-
tius III en diens opvolgers overgaf. Pandolfo verklaarde
hierop, dat Jan een ander mensch was geworden, schonk
hem de rijken als pauselijk leen terug, en bedreigde de
Engelsche baronnen met den kerkdijken ban, indien zij na-
lieten den koning tegen Eilips 11 August bij te staan. Ver-
volgens begaf de legaat zich naar dezen vorst, um hem aan
te zeggen, dat het vonnis, door den paus over Jan uitge-
sproken , was opgeheven en hem te gelasten, den oorlog met
Engeland te staken. Eilips |II August was woedend over deze
teleurstelling. Hij riep zijne vazallen bijeen en vraagde hun,
of zij genegen waren den oorlog tegen Engeland door te zetten,
daar hij anders de aanzienlijke sommen, die hij aan leger en
vloot had besteed, voor niets zou hebben uitgegeven. De
vazallen billijkten de grieven van hun leenheer, die daarop
in Vlaanderen viel en den reeds vroeger beschreven oorlog
begon, waarin hij bij Bovines eene zoo beslissende over-
winning behaalde. Na dezen slag kwamen de aartsbis-
schop van Canterbury, Stefänus Langton, en vele baronnen
openlijk in verzet tegen Jan, en eischten zij , dat de vóór
Hendrik 11 aan de geestelijkheid en den adel geschonken
vrijheden , die door de latere koningen zeer waren beperkt,
teruggegeven zouden worden. Wel poogde Jan zich tegen
die eischen te verzetten, maar in 1215 zag hij zich gedwon-