Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.282
selijke gezant, die zich in Engeland durfde vertoonen, zonder
neus en ooren naar Eome teruggezonden zou worden.
Toen nu hierop het interdict was uitgesproken, begon Jan
met zulk eene woede tegen de geestelijken, hunne bloedver-
wanten en hunne onderhoorigen te woeden, dat bijna alle
bisschoppen eene schuilplaats^Jgingen zoeken in Frankrijk.
Op zijn voorbeeld begonnen niet alleen edelen, maar zelfs
burgers en hoorigen de geestelijken te berooven en te dooden.
Toen eens de moordenaar van een priester voor den koning
gebracht was, zeide deze : „Laat hem gaan; hij heeft mij
van een vijand verlost." Het interdict en het despotisch
handelen des konings verstoorden het huiselijk leven en brach-
ten de gansche maatschappij in zulk eene wanorde, dat Jan
eindelijk zelf bevelen moest uitvaardigen om het vervolgen
der geestelijken te keer te gaan. Overigens bleef hij even
willekeurig regeeren , en vervolgde hij met onmenschelijkheid
de edelen, wier gezindheid jegens hem hij niet vertrouwde.
Terzelfder tijd deed hij krijgstochten in Ierland, Schotland en
Wales. Het geld, dat hij daarvoor noodig had, perste hij
den Joden af. Hij liet deze ongelukkigen, zoo vrouwen als
mannen, in de gevangenissen opsluiten en zoo noodig pijni-
gen, om hen te dwingen, hem hunne schatten af te staan.
Op zijn bevel moest een rijken Jood uit Bristol dagelijks
een tand worden uitgetrokken, totdat hij den koning eene
aanzienlijke som gelds zou hebben geschonken. Na zeven
dagen op de voorgeschreven wijze gefolterd te zijn , gaf de
Jood eindelijk toe.
Door zulke schandelijk willekeurige en wreede handelin-
gen maakte Jan zich algemeen gehaat, en dewijl het interdict,
waaronder het volk leed, hem niet kon doen besluiten voor
Innocentius III te buigen, sprak deze eindelijk den banvloek
over hem uit, en verklaarde hij hem vervallen van den troon.
Uit vrees, dat Jan niet zou gehoorzamen, spiegelde de paus
aan Filips II August het bezit van Engeland voor, wanneer
deze het vonnis aan Jan wilde voltrekken. De Fransche ko-