Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.21
het gewone werk verriclit, maar den openbaren dienst mochten
zij zonder dringende redenen niet verzuimen.
Kort na den dood van Chadidja had Mohammed eene an-
dere vrouw genomen. Thans huwde hij nog met Ajïsja, de
tienjarige dochter van Aboe-Bekr. Nu en dan nam hij er
nog eenige echtgenooten bij, zoodat hij er eindelijk zes had.
Veel moeite kostte het Mohammed de rust te handhaven
wegens de ijverzucht tusschen de Joden en de Moslimien en
de verdeeldheden, die telkens onder de Arabische Medinenzers
heerschten, en voorzeker zou hij niet geslaagd zijn zonder
den bijstand van Aboe Bekr, die door praktisch verstand, en
van Omar, die door krachtdadigheid in 't handelen uitmuntte,
twee onmisbare eigenschappen, die de stichter van een staat
moet bezitten, en die Mohammed niet bezat.
Zeven maanden had Mohammed met de regeling van den
eeredienst en het bestuur doorgebracht, toen hij zich sterk
genoeg achtte, wraak te nemen op de Mekkanen. Hij verkon-
digde op grond eener openbaring, die hij had ontvangen, dat
de /ieiiipe oorlog verplichtend was voor alle geloovigen en
dat ieder, die erin sneuvelde, het hemelsch paradijs deel-
achtig zou worden. Hij besloot eene groote Mekkaansche
karavaan, die met kostbare waren uit Syrië kwam, te over-
vallen , maar zijn voornemen raakte bekend, waarop de ka-
ravaan, in plaats van den gewonen weg te volgen, langs het
strand der Eoode Zee voorttrok, en een leger uit Mekka
werd afgezonden om haar te beschermen. Toen Mohammed
was uitgetrokken, kreeg hij van een en ander bericht. Hij
belegde een krijgsraad en eenstemmig was men van oordeel,
den aangevangen tocht voort te zetten. Te Bedr aangekomen,
gaf hij bevel, de legerplaats nabij den eersten waterput op te
slaan. ,/Profeet!" vraagde hem een Medinenzer, //geeft gij dit
bevel uit eigen beweging of is het eene ingeving?" //Uit
eigen beweging," was het antwoord. //Welnu," hernam de
man, //dan is uwe keuze niet goed. Wij moeten de leger-
plaats bij den laatsten put opslaan, dan heeft de vijand ge-