Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.275
die zich toen in Normandië ophield, dit vernam, ontstak hij in
hevigen toorn, en riep uit: „Bij Gods oogen, dat zal ik wre-
ken !" terwijl hij zich in zijne drift nog de woorden liet ontval-
len: „Is er dan niemand onder allen, die mijn brood eten,
door wien ik van dien kuipenden priester verlost kan worden!"
Vier edellieden verlieten hierop het hof, zonder iets van
hun voornemen te laten blijken, en vertrokken ten spoe-
digste naar Engeland, waar zij eenige vrienden overhaalden
met hen naar Canterbury te gaan. Het viertal begaf zich naar
het aartsbisschoppelijk paleis en eischte daar van Thomas
Becket, dat hij den door hem uitgesproken ban weder zou
opheffen, doch de aartsbisschop gaf hun een weigerend ant-
woord, en daarop verlieten zij hem, om zich bij hunne vrien-
den te voegen en met dezen een aanslag op zijn leven te
wagen. Het was duidelijk geworden, wat zij in den zin
hadden, en de vrienden van Thomas Becket rieden dezen
aan te vluchten. De aartsbisschop weigerde echter aan hun
raad gehoor te geven, begaf zich naar de kerk en ver-
bood zijnen aanhangers hun voornemen ten uitvoer te bren-
gen om de deuren der kerk te sluiten. Weldra drongen
de zwaar gewapende edelen de kerk binnen onder het geroep:
//Waar is de verrader! Waar is de aartsbisschop!" „Hier
ben ik!" antwoordde Thomas Becket op hen toetredende.
Nu eischten de ridders nog eens, dat hij den banvloek zou
intrekken, en toen hij het opnieuw weigerde, grepen zij hem
aan met het doel om hem uit de kerk te sleuren en dan
te dooden, doch de krachtige aartsbisschop bracht een der
aanranders zulk een slag toe, dat deze op den grond tui-
melde. De ridders maakten daarop van hunne zwaarden ge-
bruik, en weldra lag Thomas Becket ontzield ter aarde.
De moordenaars zett'en de kroon op hun werk door haastig
het aartsbisschoppelijk paleis te plunderen en maakten zich
daarop uit de voeten. Zij oogstten echter het loon niet, dat
zij zich hadden voorgesteld. Hendrik II toonde zich zeer
ontevreden, dat men aan zijne in drift uitgesproken woorden