Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.273
Terwijl in de meeste andere landen van Europa te dien
tijde de kerk het overwicht op de wereldlijke macht had ver-
kregen, voerden de Engelsche koningen onbeperkte heerschappij
over de geestelijkheid. Hendrik II had aan Thomas Becket
zijn volle vertrouwen geschonken, en beloonde hem voor de
bewezen diensten door hem tot aartsbisschop van Canterbury
te benoemen. De aartsbisschop van Canterbury was primaat
of eerste geestelijke van Engeland. Van nu af werd het stre-
ven van Thomas Becket duidelijk om de geestelijke macht
boven de wereldlijke te doen gelden. Het volk was in die
dagen zoo gewoon, geestelijken een losbandig leven te zien
leiden, dat het een priester, die zich matig en nederig
voordeed, als een heilige beschouwde. Thomas Becket veran-
derde daarom, zoodra hij aartsbisschop was geworden, van
levenswijze. Hij liet alle praal en weelde varen, ging een
opvallend sober leven leiden, kleedde zich in eene grove pij,
legde zich eene onthouding op, die tot onreinheid aanleiding
gaf, en liet om zijne nederigheid te toonen geen dag voor-
bijgaan, zonder zich te geeselen en op zijne knieën een der-
tiental bedelaars de voeten te wasschen. Door dit alles ver-
wierf hij zich onder het volk, dat met verbazing de groote
verandering in zijne levenswijze aanschouwde, den roep van
heiligheid. "Weldra gevoelde hij zich sterk genoeg om den
strijd te aanvaarden tegen de koninklijke macht, die hij voor
zijne geestelijke wilde doen buigen. Hij begon met eenige
landerijen terug te eischen, die door een vroegeren koning
aan het bisdom Canterbury waren ontnomen, doch Hendrik
II, die reeds ontevreden was geworden op zijn voormaligen
gunsteling, weigerde ze terug te geven. De strijd tusschen
den koning en den aartsbisschop nam weldra in hevigheid toe.
Gelijk de geestelijken tegenwoordig in 't algemeen gehouden
worden voor menschen, die een zedig leven leiden en zich
van zware misdaden, zooals diefstal, roof en moord onthouden,
waren in die dagen de geestelijken gewoonlijk bekend als
personen, die zich niet alleen aan zulke misdaden, maar ook
II. 18