Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.272
overaar, den Engelschen troon. Hij trad terstond met kracht
op tegen de roofridders, van wie hij, naar men meldt, ruim
honderd kasteelen vernielde, handhaafde zich krachtig tegen
Lodewijk VII, die hem zijne bezittingen in Frankrijk wilde
ontnemen, en veroverde met verlof van paus Adriaan IV
Ierland. Onmiddellijk daarop vestigden zich in het Oosten
van dat eiland Engelsche kolonisten, doch in het overige
gedeelte behielden de Keltische bewoners hun eigen regee-
ringsvorm, en waren zij slechts verplicht den Engelschen
koning als hun opperheer te erkennen en hem schatting te
betalen. Nu en dan beproefden de Ieren het Engelsche juk
af te schudden, doch hunne pogingen waren vruchteloos en
de haat tegen hunne onderdrukkers wortelde steeds dieper in
hunne borst.
Hendrik II werd in alle regeeringszaken trouw ter zijde
gestaan door zijn kanselier, Thomas Becket, een geestelijke,
die zich een groot aanzien verwierf door bij allerlei gelegen-
heden eene groote pracht ten toon te spreiden. Toen Thomas
Becket eens als gezant door Hendrik II naar het Fransche
hof werd gezonden, reisde hij met den volgenden stoet.
Vooruit gingen tweehonderd vijftig knapen, behoorlijk in rijen
geschaard en van tijd tot tijd vroolijke liederen zingende.
Daarna kwamen de jachthonden des kanseliers en acht groote,
ieder met vijf paarden bespannen en door groote honden be-
waakte wagens, op welke de kapel, de keuken, de kelder
en de reiskleederen gepakt waren. Twaalf lastpaarden droe-
gen de kostbaarheden voor het dagelijksch gebruik en tot
geschenken bestemd. Op de pakken zat een aap, die de menigte,
welke men voorbij trok, door zijne grappen vermaakte. In
eene lange rij volgden daarop de schildknapen met de wape-
nen en strijdrossen der ridders, die het gevolg van den kan-
selier uitmaakten, alsmede de valkeniers en huisbedienden.
Eindelijk kwamen de sierlijk gekleede ridders en geestelijken
twee en twee naast elkander rijdende, en in hun midden be-
vond zich de kanselier.