Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.268
de stad Albi den naam Albigenzen hebben gekregen, ver-
weerden zich zoo goed zij konden. De verdelgingsoorlog
werd met afgrijselijke wreedheid gevoerd. Toen de stad Be-
ziers stormenderhand werd ingenomen, vraagden de kruis-
vaarders aan den abt Arnold, hoe zij de geloovigen van de
ketters konden onderscheiden: „Slaat maar dood", was het
antwoord, „de Heer kent de Zijnen!" En aldus geschiedde
het. In eene kerk, zegt men, werden 7000 ongelukkigen
verbrand, terwijl erj^in het geheel 20,000 slachtoffers van
den geloofshaat vielen. De abt Arnold wierp den ongeluk-
kigen Roger in een kerker en bood diens goederen eerst aan
den hertog van Bourgondië en daarna aan den graaf van
Nevers aan, doch beiden wezen het aanbod met verachting
van de hand. Beter slaagde hij bij den dweper Simon De
Montfort, die zich in Palestina als een geducht krijgsman
had doen kennen en van nu af de hoofdaanvoerder tegen de
ketters werd.
Bij honderdtallen werden de Albigenzen op brandstapels
omgebracht en daaronder zelfs personen, die, gedreven door den
angst zulk een pijnlijken dood te moeten ondergaan, verklaar-
den , dat zij in den schoot der kerk terug wilden keeren.
Van hun kant namen de Albigenzen, als zij eene kleine
legerafdeeling van den vijand konden overvallen, op de vree-
selijkste wijze weerwraak, en toen Simon De Montfort bij de
belegering van Toulouse tengevolge van een steenworp tegen
het hoofd was gesneuveld, verflauwde de kettervervolging
zoozeer, dat Raimond VI bij zijn dood (1122) weder in
't bezit van bijna al zijne bezittingen was. De kracht van
zijn rijk was echter zoo gebroken, dat het spoedig eene prooi
werd van den Franschen koning Lodewijk VIII, en de inqui-
sitie er ongestoord kon voortgaan de ketters te vervolgen.
Na Lodewijk VIII beklom zijn veertienjarige zoon Lode-
wijk IX den troon onder de voogdijschap van zijne moeder
Blanca, de dochter van koning Alfonso van Castilië. Blanca,
eene vrome, schrandere en heerschzuchtige vrouw, wist de