Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.264
Hierdoor geraakte Filips in groot gevaar. Koning Jan landde
met een leger in Guyenne en trok naar Anjou op, terwijl
hij een ander leger naar Vlaanderen zond, dat er zich met
de troepen der bondgenooten vereenigde. Filips zond zijn zoon
Lodewijk tegen den Engelschen koning, die teruggedreven
werd, en trok zelf met een leger van 60,000 man tegen de
bondgenooten op. Hij voerde de gewoonte in, dat de maar-
schalk van zijn hof de voerhoede des legers aanvoerde. Ter-
wijl Doornik de poorten voor hem opende, vereenigde keizer
Otto IV de legers der bondgenooten op drie mijlen afstands
van die stad. Filips, vreezende dat zij hem op die ver-
eenigingsplaats, waar zij hunne troepen, die de zijne in aan-
tal ver overtroffen, gemakkelijk konden ontwikkelen, den
slag zouden aanbieden, bracht Doornik in een goeden staat
van tegenweer en trok toen naar Rijsel. Nauwelijks hadden
de bondgenooten dit bemerkt, of zij zetten hem achterna en
haalden hem in, toen zijne voorhoede reeds over eene brug
van de Marke, nabij het dorp Bouvines was getrokken
(1214). Terstond liet Filips de voorhoede terugkeeren en
schaarde zijne troepen zoodanig in slagorde, dat zij de zon
in den rug hadden. Hij plaatste zich in het centrum en ver-
trouwde het beleid van den slag aan den bekwamen bevel-
hebber Guerin, den bisschop van Senlis toe, die echter niet
medestreed om zich aan het gebod te houden, dat geestelijken
geen bloed mochten vergieten. De bondgenooten waanden
zich zeker van de overwinning, omdat, volgens de overlevering,
een waarzegger hun voorspeld had, dat graaf Ferrand met
luister Parijs zou binnentrekken, en koning Filips door de
paarden vertrapt zou worden. riet centrum werd aangevoerd
door keizer Otto IV, die op een wagen stond, boven welken
eene vlag wapperde, waarop de keizerlijke adelaar, een draak
in de klauwen vasthoudende, was afgebeeld; de rechtervleugel
door den graaf van Vlaanderen en de linker door dien van Bou-
logne. In den beginne behaalden de bondgenooten eenig voor-
deel, omdat de lichte Fransche paarden niet bestand waren tegen